Herkomst-bestemmingsdata voor een hele provincie haal je in Nederland uit vier soorten bronnen: panelgebaseerde locatiedata (Resono Mobiliteit), een app-panel (Nederlands Verplaatsingspanel van Goudappel), het nationale verplaatsingsonderzoek (CBS ODiN) en floating car data (TomTom Move). Resono levert sinds 2023 provinciedekkende herkomst-bestemmingsmatrices aan provincies en vervoerregio’s en weet daardoor uit de praktijk waar elke bron sterk is en waar hij tekortschiet. Dit artikel zet die vier bronnen eerlijk naast elkaar, inclusief de grenzen van de methode van Resono zelf.

Belangrijkste punten

  • Een provinciedekkende herkomst-bestemmingsmatrix vraagt om een bron die zonder meerwerk alle gemeenten van de provincie dekt, inclusief verplaatsingen van en naar buurprovincies.
  • Resono Mobiliteit levert herkomst-bestemmingsdata op gemeente-, wijk- of PC4-niveau voor elke provincie, continu gemeten, met historie vanaf 2023 en zonder hardware of enquête.
  • Het Nederlands Verplaatsingspanel van Goudappel meet continu zo’n 7.500 tot 10.000 panelleden en voegt reismotieven en persoonskenmerken toe, maar vraagt in veel provincies extra werving voor voldoende dekking.
  • CBS ODiN is de landelijke referentie met circa 45.000 responsen per jaar, verschijnt jaarlijks en vereist meerwerk om per provincie betrouwbaar te zijn.
  • TomTom Move O/D Analysis is sterk voor autoverkeer op het wegennet, maar mist fiets- en loopverplaatsingen en kent geen modaliteitsdetectie.

Wat is herkomst-bestemmingsdata voor een provincie precies?

Herkomst-bestemmingsdata voor een provincie is een matrix die per gebiedspaar aangeeft hoeveel verplaatsingen er plaatsvinden tussen een herkomstgebied en een bestemmingsgebied, voor alle gemeenten in de provincie en voor de relaties met gebieden daarbuiten. Zo’n herkomst-bestemmingsmatrix (ook wel HB-matrix of OD-matrix) is de basis onder vrijwel elk provinciaal mobiliteitsvraagstuk: het regionaal mobiliteitsprogramma, de aanbesteding van een OV-concessie, het kalibreren van een verkeersmodel of de effectmeting van een nieuwe fietsroute.

Het woord “hele provincie” verandert de opgave fundamenteel. Een HB-matrix voor één stad kun je nog met kentekenonderzoek of een cordontelling benaderen. Een matrix voor een provincie met 20 tot 50 gemeenten, buitengebied en lange grenzen met buurprovincies lukt alleen met een bron die overal tegelijk meet. Daarom vallen telslangen, radartellingen en lokale enquêtes voor deze vraag af en blijven vier landelijke bronnen over.

Welke vier bronnen leveren een provinciedekkende HB-matrix?

Vier bronnen leveren in Nederland herkomst-bestemmingsdata op provincieschaal: panelgebaseerde locatiedata van Resono Mobiliteit, het app-gebaseerde Nederlands Verplaatsingspanel van Goudappel, het enquêteonderzoek Onderweg in Nederland (ODiN) van het Centraal Bureau voor de Statistiek en de floating car data van TomTom Move. Een vijfde bron, telecomdata via het Vodafone-netwerk van Mezuro, was jarenlang beschikbaar; controleer bij de aanbieder of die dienst nog wordt geleverd voordat je erop rekent.

De onderstaande tabel vergelijkt de vier bronnen op de criteria die voor een provinciale HB-matrix het zwaarst wegen: dekking zonder meerwerk, continuïteit, ruimtelijke resolutie, modaliteit en de beschikbare historie. Elke claim is gebaseerd op de openbare documentatie van de aanbieder of op de eigen methodiek van Resono.

Criterium Resono Mobiliteit Goudappel NVP CBS ODiN TomTom Move O/D
Methode Passief panel van smartphones met opt-in locatiedata, ruim 1 miljoen actieve devices (circa 5 tot 10% van de Nederlandse bevolking) App-panel, continu zo’n 7.500 tot 10.000 panelleden, cumulatief circa 25.000 sinds 2019 Enquête met dagboek, circa 45.000 responsen per jaar landelijk Floating car data van navigatieapparatuur, connected cars en apps
Dekking hele provincie zonder meerwerk Ja, landelijk dekkend, inclusief buitengebied en buurprovincies Landelijk opgezet, maar regionale werving nodig voor voldoende dekking per provincie Nee, meerwerk nodig voor betrouwbare uitspraken onder landelijk niveau Ja, voor gemotoriseerd wegverkeer
Continuïteit Continu, elke dag van het jaar gemeten Continu via app Jaarlijkse publicatie, circa een half jaar na afloop van het meetjaar Continu, voortschrijdend venster van twee jaar
Ruimtelijke resolutie Gemeente, CBS-wijk of PC4, binnen privacydrempels Afhankelijk van waar panelleden wonen; dunner in landelijk gebied Provincie of meerwerkgebied; onder gemeenteniveau te weinig respons Zelf te tekenen zones, fijnmazig mogelijk
Modaliteit Automatisch afgeleid uit snelheid: lopen, fiets, gemotoriseerd (OV valt binnen gemotoriseerd) Automatisch gedetecteerd en door panellid bevestigd, inclusief OV Zelfgerapporteerd, alle vervoerwijzen Geen modaliteitsdetectie; vrijwel uitsluitend auto
Reismotief en persoonskenmerken Nee, alleen gebiedsrelaties, tijdvak en modaliteit Ja, motief, leeftijd, opleiding, huishouden Ja, uitgebreid Nee
Historie Vanaf 2023, zelfde methodiek elk jaar NVP Analyzer bevat 2021 tot en met 2024 Vanaf 2018 als ODiN, met een methodebreuk in 2024 Laatste twee jaar

Wanneer is Resono Mobiliteit de juiste bron voor een provincie?

Resono Mobiliteit is de juiste bron wanneer een provincie één doorlopende herkomst-bestemmingsmatrix wil voor alle gemeenten tegelijk, zonder werving van panelleden en zonder te wachten op een jaarpublicatie. Het verplaatsingspanel van Resono bestaat uit ruim 1 miljoen actieve devices, circa 5 tot 10% van de Nederlandse bevolking, die via apps met opt-in hun locatie delen. Verplaatsingen worden passief geregistreerd en geaggregeerd tot herkomst-bestemmingsrelaties op gemeente-, wijk- of PC4-niveau, uitgesplitst naar ochtendspits, avondspits, daluren en weekend.

Het praktische voordeel voor provincies zit in de uniformiteit. Omdat het panel landelijk dekkend is, meet Resono Mobiliteit de verplaatsing van een inwoner van Zwolle naar Apeldoorn met precies dezelfde methode als een rit binnen Deventer. Provinciegrenzen spelen geen rol in de meting, alleen in de rapportage. Een provincie krijgt daardoor ook de inkomende en uitgaande relaties met buurprovincies in dezelfde matrix, zonder dat daarvoor een apart onderzoek nodig is.

Resono Mobiliteit meet echter niet alles. Modaliteit wordt afgeleid uit de snelheid van de verplaatsing, waardoor openbaar vervoer binnen de gemotoriseerde categorie valt en niet apart zichtbaar is. Voor OV-gebruik blijft OV-chipkaartdata van Translink de aangewezen bron; herkomst-bestemmingsdata toont de totale vervoersvraag per relatie, niet het busgebruik per lijn. Ook meet het panel verplaatsingen tussen gebieden en geen voertuigintensiteiten op een wegvak, en worden cellen met te weinig deelnemers om privacyredenen niet gerapporteerd. In dunbevolkte delen van een provincie vraagt dat soms om een grover zoneniveau of een langere meetperiode.

Hoe verhoudt het Nederlands Verplaatsingspanel zich tot paneldata?

Het Nederlands Verplaatsingspanel (NVP) van Goudappel, ontwikkeld met Dat.mobility, Mobidot en Kantar, is de bron die het dichtst bij Resono Mobiliteit ligt, met als belangrijkste verschil dat het NVP met een kleiner maar rijker panel werkt. Volgens de documentatie van Goudappel over de NVP Analyzer meet het NVP sinds 2019 continu het verplaatsingsgedrag van doorlopend zo’n 7.500 tot 10.000 panelleden via een smartphone-app, en zijn er sinds de start cumulatief circa 25.000 deelnemers geweest. Panelleden bevestigen hun vervoermiddel en reismotief, en van elke deelnemer zijn achtergrondkenmerken bekend.

Voor een provincie is dat een reëel voordeel wanneer de beleidsvraag over motieven of doelgroepen gaat: waarom reizen mensen, en hoe verschilt dat tussen leeftijdsgroepen? Het NVP beantwoordt die vraag, Resono Mobiliteit niet. De keerzijde is dekking. Een panel van 10.000 landelijk verspreide leden levert in een provincie met een miljoen inwoners al snel enkele honderden deelnemers op, te weinig voor betrouwbare HB-relaties op wijkniveau. Goudappel lost dat op met regionale werving; voor een onderzoek in Noord-Brabant en Limburg werd een aparte groep van zo’n 2.800 inwoners geworven. Dat werkt, maar kost tijd en budget per provincie.

Een eerlijke samenvatting: het NVP is de sterkere bron voor de waaromvraag, Resono Mobiliteit voor de hoeveel-en-waarvraag op fijnmazig niveau zonder extra werving. Veel provincies hebben baat bij beide. Een uitgebreidere vergelijking vind je in de vergelijking van Resono Mobiliteit met andere mobiliteitsdata-diensten, waaronder het Nederlands Verplaatsingspanel.

Waarom is CBS ODiN niet genoeg voor een provinciale HB-matrix?

CBS ODiN (Onderweg in Nederland) is de landelijke referentie voor verplaatsingsgedrag, maar het basisonderzoek is bewust niet ontworpen voor uitspraken op provincieniveau. Het Centraal Bureau voor de Statistiek schrijft in de onderzoeksbeschrijving van ODiN 2024 dat het basisonderzoek is gericht op minimaal 45.000 bruikbare responsen per jaar en dat meerwerk nodig is zodra een opdrachtgever betrouwbare uitspraken wil op een lager aggregatieniveau, bijvoorbeeld een regio. Provincies als Utrecht en de Vervoerregio Amsterdam (voor Noord-Holland en Flevoland) kopen daarom jaarlijks meerwerk in.

Twee eigenschappen maken ODiN voor een actuele HB-matrix lastig. Ten eerste het tempo: de resultaten over 2024 verschenen op 7 juli 2025, dus ruim een half jaar na afloop van het meetjaar, en een maatregel die in het voorjaar is ingevoerd zie je pas in de zomer van het jaar erna terug. Ten tweede de vergelijkbaarheid: het CBS meldt voor ODiN 2024 een methodebreuk, waardoor de cijfers van 2024 niet zonder meer vergelijkbaar zijn met eerdere jaren. Voor een provincie die een trend wil volgen, is dat een serieuze beperking.

ODiN blijft onmisbaar als ijkpunt. De beste werkwijze die Resono bij provincies ziet, is ODiN gebruiken als landelijke en provinciale referentie voor ophoging en validatie, en een continue bron als Resono Mobiliteit gebruiken voor de HB-matrix zelf. Zo combineer je de representativiteitswaarborgen van het CBS met de actualiteit en de ruimtelijke resolutie van paneldata.

Wat voegt TomTom Move toe voor provinciaal wegverkeer?

TomTom Move voegt met zijn O/D Analysis een gedetailleerd beeld van gemotoriseerde verplaatsingen op het wegennet toe, inclusief gereden routes, maar het is geen volledige herkomst-bestemmingsbron voor een provincie omdat fiets, lopen en openbaar vervoer ontbreken. De productdocumentatie van TomTom O/D Analysis beschrijft dat de dienst is gebaseerd op floating car data van navigatieapparatuur, connected cars en apps, dat gebruikers zelf zones kunnen tekenen en dat de data beschikbaar is over een voortschrijdend venster van twee jaar.

Voor een provinciale wegbeheerder is dat waardevol: welke relaties belasten de N-wegen, waar ontstaat sluipverkeer en hoe verschuiven routes na een afsluiting. Voor een provincie die ook fietsbeleid, OV-concessies of een regionaal mobiliteitsprogramma onderbouwt, is TomTom Move een aanvulling op een multimodale bron, geen vervanging. TomTom Move heeft bovendien geen modaliteitsdetectie, waardoor een verschuiving van auto naar fiets op een relatie onzichtbaar blijft. Precies die verschuiving is vaak het beleidsdoel.

Hoe kies je de juiste bron voor je provinciale beleidsvraag?

Je kiest de bron op basis van de beleidsvraag, niet op basis van de techniek. De vuistregel die Resono hanteert: wie één provinciedekkende, multimodale en actuele HB-matrix nodig heeft, begint bij paneldata; wie reismotieven en doelgroepen wil begrijpen, voegt het Nederlands Verplaatsingspanel toe; wie een landelijk ijkpunt zoekt, gebruikt CBS ODiN; en wie routes van autoverkeer wil zien, zet TomTom Move in. De meeste provinciale programma’s hebben twee van deze vier bronnen nodig.

  1. Regionaal mobiliteitsprogramma of omgevingsvisie: een multimodale HB-matrix op gemeente- en wijkniveau als basis, aangevuld met motieven uit het NVP of ODiN.
  2. OV-concessie voorbereiden: de totale vervoersvraag per relatie uit paneldata, naast OV-chipkaartdata van Translink voor het huidige gebruik. Hoe dat werkt staat in het artikel over het onderbouwen van een vervoerplan met vervoersvraagdata.
  3. Verkeersmodel actualiseren: een HB-matrix voor de distributiefase, gekalibreerd op tellingen en gevalideerd aan ODiN. Zie waarom een verouderd basisjaar een risico is bij het kalibreren van een verkeersmodel.
  4. Effect van een maatregel meten: een continue bron met dezelfde methodiek voor en na invoering, zoals beschreven in het artikel over continue verplaatsingsdata.
  5. Sluipverkeer en routekeuze: TomTom Move voor de gereden route, paneldata voor herkomst en bestemming van het verkeer.

Hoe levert Resono herkomst-bestemmingsdata aan een provincie?

Resono levert herkomst-bestemmingsdata aan een provincie als gestructureerde HB-matrix in CSV-formaat (conform RFC 4180), met per gebiedspaar het geschatte aantal verplaatsingen per tijdvak en optioneel per modaliteit, geschikt voor verkeersmodelpakketten als Visum en OmniTRANS en voor eigen analyses in een GIS of dashboard. De provincie kiest het zoneniveau (gemeente, CBS-wijk of PC4), de periode en de frequentie van levering: eenmalig, per kwartaal of per jaar.

Een levering voor een hele provincie bevat standaard alle relaties binnen de provincie plus de relaties met gebieden daarbuiten, zodat inkomend, uitgaand en doorgaand verkeer in één bestand zitten. Historische data is beschikbaar vanaf 2023, gemeten met dezelfde methodiek, zodat een provincie direct een nulmeting over meerdere jaren heeft. Welke privacyvoorwaarden daarbij gelden en hoe de modaliteit precies wordt bepaald, staat beschreven in de veelgestelde vragen over Resono Mobiliteit.

Veelgestelde vragen over herkomst-bestemmingsdata voor provincies

Kan ik een HB-matrix voor een hele provincie krijgen zonder enquête?

Ja. Een HB-matrix voor een hele provincie zonder enquête krijg je uit passief gemeten bronnen: paneldata van Resono Mobiliteit, het app-panel van Goudappel of floating car data van TomTom Move. Resono Mobiliteit registreert verplaatsingen van ruim 1 miljoen actieve devices en aggregeert die tot relaties tussen gemeenten, wijken of PC4-gebieden voor alle gemeenten in de provincie tegelijk. Je hoeft geen panelleden te werven en geen vragenlijsten uit te zetten. Een enquête zoals CBS ODiN blijft wel nuttig als landelijke referentie om de matrix op te hogen en te valideren, maar is niet nodig om de matrix zelf te maken.

Op welk gebiedsniveau is herkomst-bestemmingsdata voor een provincie beschikbaar?

Herkomst-bestemmingsdata voor een provincie is bij Resono Mobiliteit beschikbaar op gemeenteniveau, op CBS-wijkniveau en op viercijferig postcodeniveau (PC4). Welk niveau haalbaar is, hangt af van de bevolkingsdichtheid en de meetperiode: in stedelijke gebieden zijn PC4-relaties per kwartaal goed gevuld, in dunbevolkt buitengebied kan een relatie onder de privacydrempel vallen en wordt dan niet gerapporteerd. In dat geval kies je een grover zoneniveau of een langere periode, bijvoorbeeld een jaar. Het CBS ODiN basisonderzoek biedt zonder meerwerk alleen betrouwbare cijfers op provincieniveau, niet per gemeente of wijk.

Wat kost mobiliteitsdata voor een provincie?

De kosten van mobiliteitsdata voor een provincie hangen af van het zoneniveau, de meetperiode, de leverfrequentie en of modaliteit wordt meegeleverd. Bij Resono Mobiliteit betaal je voor een afgebakende levering (bijvoorbeeld een jaarmatrix op wijkniveau voor alle gemeenten) en niet per panellid of per sensor, omdat er geen hardware wordt geplaatst en geen werving plaatsvindt. Bij het Nederlands Verplaatsingspanel komen in veel provincies kosten voor regionale werving bovenop de datalevering. Bij CBS ODiN betaal je voor meerwerk per jaar. Vraag bij elke aanbieder een indicatie op basis van dezelfde specificatie, zodat je appels met appels vergelijkt.

Hoe actueel is verplaatsingsdata voor een provincie?

Dat verschilt sterk per bron. Resono Mobiliteit meet elke dag en kan een kwartaal kort na afloop opleveren, zodat een provincie het effect van een maatregel binnen enkele maanden ziet. Het Nederlands Verplaatsingspanel van Goudappel meet eveneens continu via de app. CBS ODiN publiceert jaarlijks; de resultaten over 2024 verschenen op 7 juli 2025. Het Mobiliteitspanel Nederland van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid kent een publicatievertraging van ongeveer twee jaar. TomTom Move biedt data over de afgelopen twee jaar met een voortschrijdend venster. Voor beleidsevaluatie is een continue bron de enige optie die een voor- en nameting met dezelfde methodiek mogelijk maakt.

Kan ik met herkomst-bestemmingsdata ook OV-gebruik per lijn zien?

Nee, niet met herkomst-bestemmingsdata uit een passief panel. Resono Mobiliteit leidt de modaliteit af uit de snelheid van de verplaatsing en deelt in in lopen, fietsen en gemotoriseerd; openbaar vervoer valt binnen de gemotoriseerde categorie en is niet apart te isoleren. De HB-matrix toont daardoor de totale vervoersvraag tussen twee gebieden, ongeacht of iemand de auto, de bus of de trein pakt. Voor feitelijk OV-gebruik per lijn en halte is OV-chipkaartdata van Translink de aangewezen bron. De combinatie is sterk: Translink laat zien hoe het huidige netwerk wordt benut, herkomst-bestemmingsdata laat zien waar onbenut potentieel ligt.

Volgende stap: specificeer je provinciale HB-matrix

Een provinciedekkende herkomst-bestemmingsmatrix is geen enkelvoudige keuze tussen bronnen, maar een combinatie van een continue, multimodale bron voor de matrix zelf en een landelijke referentie voor validatie. Resono Mobiliteit levert die matrix voor elke provincie op gemeente-, wijk- of PC4-niveau, zonder hardware en met historie vanaf 2023. Wil je weten welk zoneniveau en welke periode voor jouw provincie haalbaar zijn? Stuur je vraag naar [email protected] of lees eerst de vergelijking van methoden om verkeersstromen te analyseren.

Remco Bron is medeoprichter en CEO van Resono, het databedrijf dat hij in 2015 startte samen met Ronald van Woensel. Resono is gespecialiseerd in panelgebaseerde bezoekersmeting en mobiliteitsanalyse op basis van GPS-locatiedata. Remco schrijft over de technische en praktische toepassingen van locatiedata voor gemeenten, verkeerskundigen, retailers en buitenreclame. Resono heeft de ICTrecht Privacy Verified certificering, is MOA FairData gecertificeerd en IAB TCF gecertificeerd.