De daling binnenstadbezoek van 4,1% in het tweede kwartaal van 2026 is breed maar ondiep: bijna driekwart van de Nederlandse centrumgebieden trok minder bezoekers dan een jaar eerder, maar in de meeste gebieden bleef de terugval beperkt. Deze analyse van de Nationale Bezoekers Index (NBI), het dataplatform van Resono en Argaleo, laat zien wat er achter het gemiddelde schuilgaat: een duidelijk verschil tussen grote en kleine centra, een structureel groeiend zuiden en een hitteweek die veel kleiner weegt dan andere metingen suggereren.
Belangrijkste inzichten
- Ruim de helft van de centrumgebieden daalt met minder dan 10%; slechts een kwart daalt sterker.
- De twintig grootste centrumgebieden dalen gemiddeld 6,1%, kleinere centra slechts 2,4%.
- Het zuidelijke groeicluster maakte rond carnaval een niveausprong die sindsdien aanhoudt.
- De hitteweek van eind juni drukte het kwartaalcijfer met slechts circa 0,4 procentpunt.
- Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2024 ligt het bezoek nog altijd ruim 2% hoger.
Daling binnenstadbezoek in cijfers: breed maar ondiep
De daling is wijdverbreid, maar zelden diep. Van alle gemeten centrumgebieden daalt ongeveer een kwart met meer dan 10%, terwijl bijna de helft een beperkte daling tussen 0 en 10% laat zien. Ruim een kwart van de gebieden groeit juist, waarvan het grootste deel met meer dan 5%. Het gemiddelde van -4,1% uit het kwartaalbericht van de Nationale Bezoekers Index verbergt dus een brede middenmoot en twee kleinere staarten.
| Ontwikkeling t.o.v. Q2 2025 | Aandeel centrumgebieden |
|---|---|
| Daling sterker dan 10% | 24,5% |
| Daling tussen 5 en 10% | 28,7% |
| Daling tot 5% | 20,3% |
| Groei tot 5% | 11,9% |
| Groei sterker dan 5% | 14,7% |
Ontwikkeling bezoekersdrukte per kwartaal, ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder
+6,5%
+1,75%
-2,8%
-8,4%
-4,1%
Bron: Nationale Bezoekers Index
Waarom dalen grote steden harder dan kleinere centra?
Hoe groter het centrumgebied, hoe sterker de daling. De twintig grootste centrumgebieden op basis van bezoekvolume dalen gemiddeld 6,1% en tellen nauwelijks stijgers: slechts een op de tien groeit. De zes allergrootste gemeenten komen zelfs uit op gemiddeld -9,9%. Middelgrote centra dalen gemiddeld 5,7%, terwijl de kleinere centrumgebieden de schade beperken tot gemiddeld 2,4% en ruim een derde van deze groep zelfs groeit. Het verlies aan binnenstadbezoek concentreert zich daarmee bij de gebieden met het grootste verzorgingsgebied. Dit patroon was in de analyse van de bezoekersdrukte in het eerste kwartaal van 2026 al zichtbaar, toen gemeenten aan de rand van de Randstad groeiden terwijl de grote steden zelf terugvielen.
Ontwikkeling Q2 2026 naar omvang van het centrumgebied, ten opzichte van Q2 2025
-9,9%
-6,1%
-5,7%
-2,4%
Bron: Nationale Bezoekers Index
Wat verklaart de groei van centrumgebieden in het zuiden?
De zuidelijke groei is geen incident maar een niveausprong die al rond carnaval zichtbaar werd en sindsdien aanhoudt. Het aandeel van de zes zuidelijke stijgers (Weert, Veldhoven, Bergen op Zoom, Deurne, Veghel en Helmond) in het totale landelijke bezoek lag in het eerste kwartaal van 2026 ruim 8% hoger dan een jaar eerder en bleef in het tweede kwartaal op dat verhoogde niveau. Dat spoort met de carnavalsanalyse van de Nationale Bezoekers Index, waarin Weert al als sterkste stijger naar voren kwam. Daarnaast speelt de vergelijkingsbasis mee: het tweede kwartaal van 2025 was voor deze zes gebieden juist het zwakste kwartaal van dat jaar, waardoor de jaar-op-jaargroei extra hoog uitvalt.
Helmond als casus: van daler naar stijger
Helmond laat zien dat het omslagmoment eerder lag dan de kwartaalcijfers suggereren. Over heel 2025 behoorde de stad volgens het jaaroverzicht bij het vierde kwartaal van 2025 nog tot de grootste dalers. Maar het aandeel van Helmond in het landelijke bezoek klom in de loop van 2025 al gestaag en bereikte in het tweede kwartaal van 2026 het hoogste punt in anderhalf jaar, zo’n 16% boven het niveau van begin 2025. Het herstel tekende zich dus al af voordat de jaar-op-jaarcijfers positief werden.
Waarom groeit Leiden terwijl vergelijkbare steden dalen?
De groei van Leiden (+9%) is opgebouwd in de tweede helft van 2025 en verdeelt zich over de hele week. Het aandeel van Leiden in het landelijke bezoek steeg vanaf het derde kwartaal van 2025 en ligt sindsdien structureel boven het niveau van begin 2025. Opvallend is wat er niet verandert: het weekendaandeel in het Leidse bezoek bleef vrijwel gelijk aan vorig jaar en wijkt nauwelijks af van het landelijke beeld. De groei komt dus niet uit een verschoven weekendpatroon, maar uit meer bezoek verspreid over alle dagen. Verklaringen buiten de meetdata, zoals evenementen of aanbod, vallen buiten deze analyse.
Hoeveel effect had de hitteweek van eind juni op het kwartaal?
De hitteweek was fors voelbaar, maar drukte het kwartaalcijfer met slechts circa 0,4 procentpunt. In de week van 22 tot en met 28 juni, met op 26 juni de eerste code rood voor extreme hitte die het KNMI ooit afgaf, lag het bezoek aan Nederlandse centrumgebieden ruim 5% onder het normale weekpatroon. Het zwaartepunt lag onmiskenbaar in het zuiden, waar de hitte het extreemst was: daar lag het bezoek gemiddeld ruim 8% onder het patroon, tegen zo’n 1 tot 1,5% in de rest van het land.
De rekensom waarom dit het kwartaal nauwelijks raakt, is eenvoudig. Eén week is een dertiende van het kwartaal, ofwel zo’n 7,7% van het totale bezoek. Een dip van ruim 5% in die ene week drukt het kwartaalcijfer daarmee met 5% maal 7,7%, afgerond 0,4 procentpunt. Van de totale daling van 4,1% komt dus circa een tiende voor rekening van het extreme weer. De overige daling was gedurende het hele kwartaal zichtbaar.
Duiding: waarom is het RMC-cijfer van de code rood-week anders?
Dat RMC-cijfer is geen meetfout, maar het meet iets anders dan een hitte-effect. BNR meldde op basis van sensormetingen van Bureau RMC dat het aantal passanten in de code rood-week 13% lager lag dan een jaar eerder. Die jaar-op-jaarvergelijking telt echter twee dingen bij elkaar op: de structurele daling die het hele kwartaal al zichtbaar was, en het weereffect van die ene week. Bovendien was dezelfde week in 2025 juist een bovengemiddeld drukke winkelweek, de laatste voor de zomervakanties. Wie het weereffect isoleert door de week af te zetten tegen het eigen weekpatroon van het kwartaal, houdt ruim 5% over.
Ook de weerduiding verdient context. De verklaring dat 2026 meer neerslag en minder zonuren kende, klopt alleen ten opzichte van het absolute recordjaar 2025: de lente van 2026 was volgens het KNMI zelf zeer zonnig en droog en behoorde tot de warmste ooit gemeten. Daarnaast verschilt de meetbasis. Sensortellingen registreren passages op het punt waar een sensor hangt, tijdens openingstijden. De Nationale Bezoekers Index meet complete centrumgebieden, elke dag en het hele etmaal, op basis van een landelijk panel van ruim een miljoen smartphones waarbij bewoners van het gebied worden uitgesloten. Dat maakt het mogelijk om weereffecten, weekpatronen en structurele trends van elkaar te scheiden.
Zwakt de daling echt af? De maandcijfers binnen Q2
De afzwakking is vooral een verschil tussen kwartalen, niet een rechte lijn binnen het kwartaal. Gecorrigeerd voor de groei van het meetpanel daalde april met circa 2,3%, mei met 6,1% en juni met 3,8% ten opzichte van dezelfde maanden in 2025. Zonder de hitteweek komt juni zelfs uit rond -2,1%, de kleinste daling sinds het najaar van 2025. Dat mei relatief zwak oogt, kan deels een kalendereffect zijn: Hemelvaart en Pinksteren vielen in 2026 beide in mei, waar deze dagen in 2025 verspreid lagen over eind mei en juni. Die duiding is een interpretatie, geen meting.
De vergelijkingsbasis speelt bovendien een grote rol. Het tweede kwartaal van 2025 groeide met 6,5% en was daarmee uitzonderlijk sterk. Wie twee jaar terugkijkt, ziet dat het bezoek in het tweede kwartaal van 2026 nog altijd ruim 2% hoger ligt dan in hetzelfde kwartaal van 2024. Een deel van de gemeten daling is daarmee een correctie op een uitschieter, geen absolute terugval naar een lager niveau dan voorheen.
Over de methodiek: de Nationale Bezoekers Index meet op basis van het panelgebaseerde meetnetwerk van Resono en toont relatieve ontwikkelingen ten opzichte van eerdere periodes. Bewoners van het gemeten gebied worden uitgesloten. De maandcijfers in deze analyse zijn gecorrigeerd voor panelgroei; de regionale hitteweekcijfers zijn ongewogen gemiddelden per gebied. De NBI meet bezoek, geen omzet, koopgedrag of bezoekmotieven.
Veelgestelde vragen
Waarom daalt het bezoek aan binnensteden in 2026?
Er is niet één oorzaak aan te wijzen. De daling is breed zichtbaar sinds het vierde kwartaal van 2025 en concentreert zich bij de grootste centrumgebieden, terwijl kleinere centra de schade beperken en ruim een kwart van de gebieden zelfs groeit. Het weer biedt geen verklaring: de lente van 2026 behoorde tot de zonnigste en warmste ooit gemeten. Wel speelt de vergelijkingsbasis een grote rol, want 2025 was een uitzonderlijk sterk bezoekersjaar. Ten opzichte van 2024 ligt het bezoek nog altijd hoger. De Nationale Bezoekers Index meet de omvang en verdeling van de daling; oorzaken buiten de meetdata, zoals bestedingsgedrag of online winkelen, vallen buiten de meting.
Welke steden trekken in 2026 juist meer bezoekers?
De opvallendste groei zit in het zuiden van het land. Weert is met een stijging van 26% de sterkste stijger van het tweede kwartaal, en ook Veldhoven, Bergen op Zoom, Deurne, Veghel en Helmond groeien tegen de landelijke trend in. Dat cluster maakte rond carnaval een niveausprong die sindsdien aanhoudt. Onder de grotere steden is Leiden de positieve uitzondering met een groei van 9%, opgebouwd sinds de tweede helft van 2025 en verspreid over alle dagen van de week. In het eerste kwartaal vielen daarnaast kustplaatsen en gemeenten aan de rand van de Randstad op als groeiers.
Hoeveel invloed heeft extreem weer op bezoekersaantallen in centrumgebieden?
Extreem weer heeft een duidelijk maar tijdelijk effect. In de week met de eerste code rood voor hitte ooit, eind juni 2026, lag het bezoek aan Nederlandse centrumgebieden ruim 5% onder het normale weekpatroon. In het zuiden, waar de hitte het extreemst was, liep dat op tot ruim 8%. Op kwartaalniveau weegt zo’n week echter licht: één week is een dertiende van het kwartaal, waardoor het effect op het kwartaalcijfer beperkt blijft tot circa 0,4 procentpunt. Extreme hitte verschuift bezoek vooral in de tijd en verklaart geen structurele trends in de bezoekersdrukte van centrumgebieden.
Waarom verschillen de cijfers van de Nationale Bezoekers Index van sensortellingen?
Het verschil zit in wat er gemeten wordt en waarmee vergeleken wordt. Sensortellingen registreren passages op het punt waar een sensor hangt, meestal in één straat en tijdens openingstijden. De Nationale Bezoekers Index meet complete centrumgebieden via een landelijk panel van ruim een miljoen smartphones, het hele etmaal en met uitsluiting van bewoners. Daarnaast maakt de vergelijkingsmethode veel uit: een jaar-op-jaarvergelijking van één week telt structurele trends en incidentele effecten bij elkaar op, terwijl een vergelijking met het eigen weekpatroon een los effect, zoals een hittegolf, zuiver isoleert. Daardoor kunnen cijfers over dezelfde week flink uiteenlopen.
Zet de daling van het binnenstadbezoek door in de rest van 2026?
Dat moet het derde kwartaal uitwijzen, maar de tekenen wijzen op afvlakking. De daling nam af van 8,4% in het eerste kwartaal naar 4,1% in het tweede, en juni kwam zonder de hitteweek uit rond -2%. Bovendien wordt de vergelijkingsbasis milder: de zomer van 2025 groeide met 1,75% al beduidend minder hard dan het voorjaar. Als de huidige lijn doorzet, komt stabilisatie in beeld. Tegelijk blijft het beeld verdeeld, met grote steden die achterblijven en een zuidelijk cluster dat structureel groeit. De Nationale Bezoekers Index publiceert elk kwartaal de actuele ontwikkeling.
Conclusie: wat het derde kwartaal moet uitwijzen
De daling binnenstadbezoek van dit kwartaal is breed maar ondiep, concentreert zich bij de grootste steden en staat los van het weer. Het derde kwartaal moet uitwijzen of de afvlakking doorzet richting stabilisatie, en of het zuidelijke groeicluster zijn niveausprong vasthoudt. Op de hoogte blijven van de kwartaalcijfers en analyses? Meld je aan voor de update van de Nationale Bezoekers Index.



