Continue verplaatsingsdata is mobiliteitsdata die doorlopend wordt gemeten in plaats van eens per jaar, waardoor je verplaatsingen op regionaal en wijkniveau kunt volgen op het moment dat je ze nodig hebt. Het vult een jaarlijkse mobiliteitsenquête aan met actuele cijfers, juist op de schaal en het tempo waarop beleid wordt gemaakt. Een herkomst-bestemmingsmatrix uit een groot mobiliteitspanel levert deze data zonder enquêterespons en zonder duur meerwerk.
- Een jaarlijkse mobiliteitsenquête zoals ODiN geeft een sterk landelijk beeld, maar regionale uitspraken vragen kostbaar meerwerk en de data komt jaarlijks beschikbaar.
- Continue verplaatsingsdata uit paneldata meet doorlopend en levert herkomst-bestemmingscijfers tot op wijkniveau.
- Omdat de meting passief is, heeft paneldata geen last van enquête-effecten zoals de methodebreuk die het CBS in 2024 bij ODiN constateerde.
- Enquête en paneldata vullen elkaar aan: de enquête levert reismotieven en een nationale benchmark, paneldata levert actualiteit en regionale diepgang.
- Resono Mobiliteit levert continue verplaatsingsdata op basis van een panel van meer dan 1 miljoen deelnemers, met data vanaf 2023.
Wat is continue verplaatsingsdata en wanneer heb je het nodig?
Continue verplaatsingsdata is data over verplaatsingen die ononderbroken wordt gemeten, zodat je elke gewenste periode kunt analyseren in plaats van te wachten op een jaarlijkse publicatie. Je hebt het nodig zodra je een actuele of regionale vraag hebt: het effect van een maatregel volgen, een knelpunt in een specifieke wijk onderbouwen, of een ontwikkeling van maand tot maand bijhouden.
Een jaarlijkse enquête beantwoordt een andere vraag. Die vertelt je hoe Nederland zich gemiddeld over een jaar verplaatste, met rijke achtergrondkenmerken. Een jaarlijkse enquête vertelt je hoe Nederland zich gemiddeld verplaatste, maar niet of de maatregel die je vorige maand invoerde werkt: daarvoor heb je een meetbron nodig die meebeweegt met je beleid. Dat onderscheid bepaalt welke bron bij je vraag past.
In de praktijk gaat het zelden om kiezen tussen de twee. De meeste organisaties hebben baat bij een combinatie: een enquête voor het structurele, motiefrijke beeld en continue verplaatsingsdata voor de actuele monitoring op de schaal van hun eigen gebied. Een overzicht van alle methoden vind je in onze gids over verplaatsingsonderzoek.
Waar loopt een jaarlijkse mobiliteitsenquête tegenaan?
Een jaarlijkse mobiliteitsenquête loopt vooral tegen drie grenzen aan: schaal, tempo en gevoeligheid voor de uitvoering. Het belangrijkste nationale voorbeeld is Onderweg in Nederland (ODiN), dat door het CBS wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Respondenten houden voor één toegewezen dag bij waar ze naartoe gingen, met welk doel en welk vervoermiddel, waarna de uitkomsten worden opgehoogd naar het hele jaar.
De eerste grens is schaal. Een landelijke steekproef geeft een betrouwbaar nationaal beeld, maar voor uitspraken over een specifieke regio of stad is extra steekproef nodig, het zogeheten meerwerk. In 2024 werd zulk meerwerk bijvoorbeeld uitgevoerd voor de provincie Utrecht en voor de regio’s rond Amsterdam en Rotterdam Den Haag. Wie dat meerwerk niet inkoopt, kan op regionaal niveau geen harde uitspraken doen.
De tweede grens is tempo. De data verschijnt jaarlijks, wat te traag is om het effect van een maatregel van vorige maand te beoordelen. De derde grens is de gevoeligheid van enquêtes voor wijzigingen in de uitvoering. In 2024 constateerde het CBS bij ODiN een methodebreuk, met als meest waarschijnlijke oorzaak een ingekorte aanschrijfbrief aan respondenten, waardoor de cijfers niet zonder meer met eerdere jaren vergelijkbaar waren. Het CBS heeft die methodebreuk later gecorrigeerd. Het illustreert dat enquêtes afhankelijk zijn van hoe en of mensen reageren, een gevoeligheid die een passief gemeten bron niet kent.
Hoe levert paneldata continue verplaatsingsdata op wijkniveau?
Paneldata levert continue verplaatsingsdata door verplaatsingen van een groot panel passief en doorlopend te registreren en te aggregeren tot een herkomst-bestemmingsmatrix per gebied. Omdat de meting niet afhankelijk is van het invullen van een vragenlijst, kun je elke gewenste periode analyseren, van een enkele week tot meerdere jaren.
Resono Mobiliteit hanteert deze werkwijze op basis van een mobiel panel van meer dan 1 miljoen actieve deelnemers, ongeveer 5 tot 10 procent van de Nederlandse bevolking van tien jaar en ouder, dat jaarlijks meer dan 150 miljoen verplaatsingen registreert. De data wordt geleverd op gemeente-, postcode- en CBS-wijkniveau, uitgesplitst naar tijdklasse en naar drie modaliteiten op basis van snelheid: gemotoriseerd verkeer (auto, openbaar vervoer en scooter samen), fiets en lopen. De dataset gaat terug tot 1 januari 2023, waardoor ook historische perioden als referentie kunnen dienen.
Net als elke databron kent paneldata grenzen, en die benoemen we eerlijk. Een herkomst-bestemmingsmatrix meet verplaatsingen tussen gebieden, geen voertuigaantallen per wegvak, en de drie modaliteiten worden afgeleid uit snelheid, niet uit zelfrapportage. Voor de betrouwbaarheid geldt een niveau van 90 procent, en bij gebieden of perioden met te weinig waarnemingen worden uit privacy- en betrouwbaarheidsoverwegingen geen cijfers gerapporteerd. Voor de schaal en het tempo waarop beleid wordt gemonitord, is dat doorgaans ruim voldoende.
Hoe vullen continue paneldata en de enquête elkaar aan?
Continue paneldata en een mobiliteitsenquête vullen elkaar aan doordat ze elk een ander deel van het beeld leveren. De enquête is sterk in wat een panel niet meet: het waarom van een verplaatsing. ODiN legt reismotieven en zelfgerapporteerde kenmerken vast, zoals reisdoel, en biedt een lange, consistente tijdreeks en een nationale benchmark. Dat maakt het de natuurlijke bron voor structurele, landelijke duiding.
Continue paneldata is sterk in actualiteit en regionale diepgang. Het volgt verplaatsingen tot op wijkniveau, doorlopend en zonder meerwerk, en is daarmee geschikt om het effect van een maatregel te volgen of een lokaal knelpunt te onderbouwen. Door de twee te combineren kun je bovendien valideren: de regionale paneldata toetsen aan het landelijke enquêtebeeld, en omgekeerd. Voor een nationale benchmark naast lokale paneldata kun je ook het Nederlands Verplaatsingspanel (NVP) van Goudappel en het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) betrekken.
De praktische vuistregel: gebruik de enquête voor motieven en de landelijke trend, en continue verplaatsingsdata voor actuele, regionale monitoring. Wil je een concrete maatregel volgen, dan sluit dit aan op de manier waarop Resono het effect van een verkeersmaatregel meet met een vóór-na-vergelijking.
Welke databron past bij welke monitoringvraag?
De keuze hangt af van of je actualiteit en regionale diepgang nodig hebt, of juist motieven en een lange landelijke tijdreeks. Onderstaande vergelijking zet de panelbronnen en de enquête naast elkaar.
| Eigenschap | Resono Mobiliteit (paneldata) | CBS ODiN (enquête) | NVP, Goudappel (app-panel) | KiM MPN (dagboekpanel) |
|---|---|---|---|---|
| Meetfrequentie | Continu, vanaf 2023 | Jaarlijks | Doorlopend | Doorlopend, trage publicatie |
| Regio- en wijkniveau zonder meerwerk | Ja | Nee, meerwerk nodig | Beperkt | Nee, klein panel |
| Reismotieven | Nee, afgeleid uit patronen | Ja, zelfgerapporteerd | Deels | Ja |
| Methode | Passief, GPS-panel | Enquête, 1 dag per respondent | App-panel | Dagboek |
| Geschikt voor maatregelmonitoring | Ja, actueel | Beperkt, te traag | Deels | Nee |
De logische werkwijze is een combinatie: gebruik de enquête voor motieven en de landelijke trend, en continue verplaatsingsdata voor actuele, regionale monitoring op wijkniveau. Een bredere afweging vind je bij de methoden om verkeersstromen te analyseren, en de productdetails staan bij Resono Mobiliteit.
Veelgestelde vragen over continue verplaatsingsdata
Wat is het verschil tussen ODiN en continue verplaatsingsdata?
ODiN is een jaarlijkse enquête die het CBS uitvoert in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, met respondenten die voor één dag hun verplaatsingen bijhouden, inclusief reismotieven. Continue verplaatsingsdata wordt passief en doorlopend gemeten via een mobiliteitspanel en levert herkomst-bestemmingscijfers tot op wijkniveau, op elk gewenst moment. ODiN is sterk in motieven en de landelijke trend, continue paneldata in actualiteit en regionale diepgang. Ze vullen elkaar aan.
Kun je continue verplaatsingsdata gebruiken om ODiN regionaal aan te vullen?
Ja. Waar ODiN voor regionale uitspraken kostbaar meerwerk vraagt, levert paneldata standaard cijfers op gemeente-, postcode- en wijkniveau. Je kunt de regionale paneldata gebruiken om het landelijke enquêtebeeld lokaal in te kleuren en te valideren. Resono Mobiliteit beschikt over data vanaf 1 januari 2023, zodat je ook historische regionale perioden kunt analyseren zonder dat daar destijds een meting voor was ingericht.
Heeft paneldata last van een methodebreuk zoals bij een enquête?
Nee, niet op dezelfde manier. Een methodebreuk zoals het CBS die in 2024 bij ODiN constateerde, ontstond door een wijziging in de aanschrijfbrief die het antwoordgedrag van respondenten beïnvloedde. Paneldata wordt passief gemeten en is niet afhankelijk van of en hoe mensen een vragenlijst invullen. Wel zijn consistente verwerking en weging belangrijk, zodat tijdreeksen onderling vergelijkbaar blijven. Resono werkt daarvoor met een vaste, gedocumenteerde methodiek.
Op welk gebiedsniveau is continue verplaatsingsdata beschikbaar?
Continue verplaatsingsdata van Resono Mobiliteit is beschikbaar op gemeente-, postcode- en CBS-wijkniveau, en op maatwerkgebieden. Voor kleinere gebieden geldt dat er voldoende waarnemingen moeten zijn om betrouwbaar en privacyveilig te kunnen rapporteren. Bij te weinig waarnemingen worden geen cijfers gegeven. Een langere meetperiode helpt om ook op fijnmazig niveau stabiele uitkomsten te krijgen, omdat toevallige drukke of stille dagen dan minder zwaar wegen.
Is continue verplaatsingsdata een vervanging voor de mobiliteitsenquête?
Nee. Continue verplaatsingsdata is een aanvulling, geen vervanging. Een enquête zoals ODiN levert reismotieven, zelfgerapporteerde kenmerken en een lange landelijke tijdreeks die paneldata niet biedt. Paneldata levert de actualiteit en de regionale diepgang die een jaarlijkse enquête mist. De sterkste aanpak combineert beide: de enquête voor structurele duiding en landelijke benchmark, continue paneldata voor het volgen van maatregelen en regionale patronen.
Conclusie: kies de bron die bij je tempo past
Een jaarlijkse mobiliteitsenquête en continue verplaatsingsdata beantwoorden verschillende vragen. De enquête geeft motieven en de landelijke trend, continue paneldata geeft actuele cijfers tot op wijkniveau, zonder duur meerwerk en zonder de gevoeligheid van enquêtes voor wijzigingen in de uitvoering. Wil je weten welke continue verplaatsingsdata beschikbaar is voor jouw regio of maatregel? Bekijk de mogelijkheden van Resono Mobiliteit en vraag een verkenning aan.



