Binnenstad benchmarken werkt alleen als alle steden met dezelfde methode, in dezelfde periode en met dezelfde gebiedsafbakening zijn gemeten. Dit artikel zet de vier gangbare aanbieders in Nederland naast elkaar, Resono, Locatus, Bureau RMC en Strabo, en laat per aanbieder zien waar de methode sterk in is en waar niet. De beschrijvingen zijn gebaseerd op wat de aanbieders zelf over hun methode publiceren.

Belangrijkste punten
  • Absolute passantenaantallen uit verschillende meetmethoden zijn onderling niet vergelijkbaar. Een benchmark vraagt om één methode in alle steden.
  • Locatus telt handmatig op zaterdag, volgens de eigen methodiekbeschrijving twee keer per jaar, en is sterk in winkelvastgoeddata.
  • Bureau RMC meet met CityTraffic continu via telsensoren op straat en is sterk in inzicht per straat en per uur.
  • Strabo combineert handmatige tellingen met passantenenquêtes en is sterk in motieven, bestedingen en omzetramingen.
  • De Resono Index vergelijkt 150 winkelgebieden met één paneldatamethode, zonder hardware op straat, met 100 als gemiddelde van 2023.

Wat is binnenstad benchmarken?

Binnenstad benchmarken is het afzetten van de bezoekersdrukte in een eigen centrum tegen die van vergelijkbare centra. Een los cijfer zegt weinig: een daling van vier procent is zorgelijk als vergelijkbare steden groeien, en gewoon als het hele land vier procent daalt. Pas de vergelijking maakt duidelijk of een ontwikkeling lokaal is of landelijk.

Binnensteden vergelijken beantwoordt in de praktijk drie vragen:

  • Presteert het centrum beter of slechter dan vergelijkbare centra?
  • Is een verandering het gevolg van eigen beleid, of van een landelijke trend zoals het weer of de koopkracht?
  • Hoe ontwikkelt de positie van het centrum zich over meerdere jaren?

Gemeenten gebruiken een benchmark van de binnenstad om beleid te verantwoorden. Centrummanagers, vastgoedpartijen en retailers gebruiken dezelfde vergelijking om locaties te beoordelen en investeringen te onderbouwen.

Waarom zijn tellingen uit verschillende methoden niet vergelijkbaar?

Tellingen uit verschillende methoden zijn niet vergelijkbaar omdat elke methode iets anders meet. Een handmatige teller telt mensen die een telpunt passeren. Een sensor telt signalen of bewegingen binnen het bereik van die sensor. Paneldata telt bezoekers aan een heel gebied. Dezelfde zaterdag in dezelfde stad levert daardoor drie verschillende getallen op, die elk kloppen binnen de eigen definitie.

Een eerlijke vergelijking van winkelgebieden stelt daarom vier eisen aan de meting:

  1. Dezelfde methode in alle steden die worden vergeleken.
  2. Dezelfde gebiedsafbakening: het hele centrum, of in elk centrum hetzelfde type telpunt.
  3. Dezelfde periode, zodat feestdagen, weer en vakanties gelijk meewegen.
  4. Dezelfde definitie van wie meetelt: alleen bezoekers, of ook bewoners en werkenden.

Twee binnensteden zijn alleen eerlijk te vergelijken als ze met dezelfde methode, in dezelfde periode en met dezelfde gebiedsdefinitie zijn gemeten. Wie de sensortelling van de ene stad naast de handmatige telling van de andere legt, vergelijkt meetmethoden en geen binnensteden.

Resono, Locatus, Bureau RMC en Strabo vergeleken

De vier aanbieders verschillen vooral in meetmethode, meetfrequentie en de vraag of er hardware op straat nodig is. De tabel vat de verschillen samen; daaronder volgt per aanbieder een toelichting.

Aanbieder Methode Frequentie Hardware op straat Sterk in
Resono (Resono Index) Paneldata van smartphones met toestemming voor locatiedeling Doorlopend; index per week, maand en jaar Nee Vergelijken van hele centrumgebieden met 150 winkelgebieden, bewoners uitgesloten
Locatus Handmatige tellingen op vaste telpunten, gekoppeld aan transactiecijfers Zaterdagtellingen, twee keer per jaar; herhaling minstens eens per twee jaar Nee Winkelvastgoeddata: passanten per pand, branchering, leegstand, lange tijdreeks
Bureau RMC (CityTraffic) Telsensoren: wifi-signalen en op een aantal locaties stereoscopie Continu, op de sensorlocaties Ja Drukte per straat en per uur, actueel inzicht voor centrummanagement
Strabo Handmatige tellingen bij de uitgangen plus passantenenquêtes; in een aantal winkelcentra vaste telsensoren Per onderzoek Alleen bij vaste telsensoren Motieven, bestedingen, herkomst en omzetraming; benchmark via de Strabo Referentie Set

Locatus: handmatige zaterdagtellingen en winkelvastgoeddata

Locatus telt winkelpassanten handmatig, op zaterdag en volgens een uniforme methodiek. Volgens de methodiekbeschrijving van de Locatus Verkooppunt Verkenner voert Locatus twee keer per jaar tellingen uit en worden eerder getelde plaatsen minimaal eens per twee jaar herhaald. De tellingen worden gekoppeld aan transactiecijfers van grote winkelketens om het aantal passanten op een gemiddelde zaterdag te berekenen.

Locatus is sterk in alles wat met winkelvastgoed te maken heeft. De passantenaantallen zijn gekoppeld aan de database van winkelpanden, met branchering en leegstand per pand. Omdat de methode overal gelijk is, zijn winkelgebieden onderling vergelijkbaar. De beperking is de frequentie: een zaterdagtelling is een momentopname en toont geen weekpatroon, seizoen of effect van een evenement.

Bureau RMC: continu meten met CityTraffic-sensoren

Bureau RMC meet met de methode CityTraffic continu via telsensoren die in winkelstraten hangen. Volgens de toelichting van CityTraffic op de telmethode sinds september 2022 meten de sensoren de hoeveelheid wifi-signalen op het meetpunt, en gebruikt Bureau RMC op een aantal locaties stereoscopie. Bureau RMC vergelijkt de uitkomsten met eerdere jaren en met winkelgebieden van vergelijkbare omvang.

Bureau RMC is sterk in detail op straatniveau. Een sensor laat per uur zien hoe druk een straat is, en dat is waardevol voor centrummanagement, evenementen en crowd management. De beperking voor een benchmark is de dekking: de meting geldt voor de plek waar een sensor hangt. Vergelijken kan alleen met steden waar ook CityTraffic-sensoren hangen, en de keuze van de sensorlocaties bepaalt mede de uitkomst.

Strabo: tellingen gecombineerd met passantenenquêtes

Strabo combineert handmatige tellingen met enquêtes onder bezoekers. Volgens de beschrijving van het passantenonderzoek van Strabo telt Strabo bij de uitgangen van een winkelgebied, een zogeheten kordontelling, en vergelijkt Strabo de uitkomsten met de eigen benchmark, de Strabo Referentie Set. In een aantal winkelcentra werkt Strabo met vaste telsensoren van ShopperTrak.

Strabo is sterk in het waarom achter de cijfers. Een enquête laat zien waarvoor bezoekers komen, wat ze besteden en hoe ze het centrum waarderen, en maakt een omzetraming mogelijk. Geen enkele telmethode levert dat. De beperking is dat een onderzoek een momentopname is en per winkelgebied apart moet worden uitgevoerd.

Resono: paneldata voor het hele centrumgebied

Resono meet bezoekers via een panel van ruim 1 miljoen actieve devices, circa 5 tot 10% van de Nederlandse bevolking, waarvan de gebruikers toestemming geven voor locatiedeling. De meting dekt het hele centrumgebied en vraagt geen hardware op straat. Daardoor is elke binnenstad op dezelfde manier te meten, ook met terugwerkende kracht.

De methode kent ook grenzen. Paneldata is een steekproef die statistisch wordt opgehoogd, geen telling van elke passant. De index toont een verhouding en geen absoluut aantal per straat of telpunt. Motieven en bestedingen van bezoekers vallen buiten de meting.

Hoe werkt een index met referentiegebieden?

Een index drukt de drukte in een centrum uit als verhouding tot een vaste norm, zodat grote en kleine centra direct vergelijkbaar zijn. Bij de Resono Index is 100 het gemiddelde van 2023. Een waarde van 108 betekent acht procent meer bezoek dan dat gemiddelde, een waarde van 94 zes procent minder.

De kenmerken van de Resono Index op een rij:

  • Norm: 100 is het gemiddelde van 2023.
  • Data beschikbaar vanaf 1 januari 2022.
  • Vergelijking met de lijst van 150 winkelgebieden in Nederland.
  • Minimaal 10 referentiegebieden, zelf te kiezen.
  • Bewoners van het gebied tellen niet mee.
  • Geen hardware op straat.

De keuze van referentiegebieden bepaalt de waarde van de benchmark. Een middelgrote binnenstad leert weinig van een vergelijking met Amsterdam en veel van tien centra met een vergelijkbare omvang en functie. Het verzorgingsgebied van een centrum helpt bij die keuze: centra die bezoekers uit een vergelijkbaar gebied trekken, zijn logische referenties.

Het uitsluiten van bewoners maakt de vergelijking zuiverder. Een binnenstad met veel woningen boven winkels lijkt anders drukker dan een centrum met weinig bewoners, terwijl het aantal bezoekers gelijk is. De landelijke ontwikkeling in dezelfde gebieden staat in het overzicht van de bezoekersaantallen in centrumgebieden in 2025.

Welke aanbieder past bij welke vraag?

De keuze voor een aanbieder volgt uit de vraag die beantwoord moet worden, niet uit de vraag welke methode de beste is. De vier methoden vullen elkaar aan en worden in de praktijk ook naast elkaar gebruikt.

  • Vergelijken met andere binnensteden, doorlopend: de Resono Index, omdat alle 150 winkelgebieden met dezelfde methode en gebiedsdefinitie worden gemeten.
  • Passanten per winkelpand, voor taxatie of huurprijs: Locatus, vanwege de koppeling met de database van winkelpanden.
  • Drukte per straat en per uur: Bureau RMC, vanwege de sensoren op straatniveau.
  • Motieven, bestedingen en omzet: Strabo, vanwege de enquêtes onder bezoekers.

Voor het structureel benchmarken van een binnenstad is een doorlopende meting van het hele centrumgebied met één methode de meest geschikte basis. Voor vastgoedwaardering, sturing per straat en bezoekersmotieven zijn Locatus, Bureau RMC en Strabo elk sterker in hun eigen domein. Hoe die cijfers samenkomen in een vaste rapportage, staat in het artikel over de binnenstadsmonitor en de cijfers die erin horen. Welke indicatoren naast drukte iets zeggen over de gezondheid van een centrum, staat in het artikel over de vitaliteit van een binnenstad en de zeven indicatoren daarvoor.

De prijsopbouw verschilt per aanbieder en hangt samen met de methode. Sensoren vragen installatie en onderhoud per meetpunt, handmatige tellingen en enquêtes worden per onderzoek afgerekend. De Resono Index kent een bedrag per jaar voor tien of meer locaties, plus een licentie voor het platform Resono Benchmark.

Veelgestelde vragen over binnenstad benchmarken

Wat is een benchmark van de binnenstad?

Een benchmark van de binnenstad is een vergelijking van de bezoekersdrukte in een centrum met die in andere, vergelijkbare centra. De vergelijking laat zien of een stijging of daling lokaal is of onderdeel van een landelijke trend. Een goede benchmark gebruikt in alle steden dezelfde meetmethode, dezelfde periode en dezelfde gebiedsafbakening. Vaak wordt de drukte uitgedrukt in een indexcijfer, zodat grote en kleine centra direct naast elkaar te leggen zijn. Gemeenten gebruiken de uitkomst om beleid te verantwoorden, centrummanagers om acties te evalueren en vastgoedpartijen om locaties te beoordelen. Zonder benchmark blijft onduidelijk of een cijfer goed of slecht is.

Hoe zijn binnensteden met elkaar te vergelijken als ze verschillend groot zijn?

Binnensteden vergelijken met een verschillende omvang kan met een index. Een index zet het bezoek aan elk centrum af tegen het eigen gemiddelde in een vast basisjaar. Bij de Resono Index is dat 2023, met de waarde 100. Een centrum met een indexwaarde van 105 heeft vijf procent meer bezoek dan in 2023, ongeacht of het om een grote stad of een kleine kern gaat. Daarnaast helpt de keuze van referentiegebieden: een centrum wordt vergeleken met minimaal tien andere centra met een vergelijkbare omvang en functie. Zo ontstaat een vergelijking van ontwikkeling in plaats van een vergelijking van absolute aantallen.

Wat zijn referentiegebieden en hoeveel zijn er nodig?

Referentiegebieden zijn de centra waarmee een binnenstad wordt vergeleken. De keuze bepaalt hoe bruikbaar de benchmark is. Goede referentiegebieden lijken op het eigen centrum in omvang, functie en het gebied waaruit bezoekers komen. De Resono Index werkt met minimaal tien referentiegebieden, te kiezen uit 150 winkelgebieden in Nederland. Met minder gebieden weegt één afwijkend centrum te zwaar mee, bijvoorbeeld door een grote herinrichting of een evenement. Met tien of meer gebieden middelen zulke lokale uitschieters uit en blijft de gezamenlijke trend over. Een vaste set referentiegebieden over meerdere jaren maakt de ontwikkeling van de eigen positie zichtbaar.

Is een vergelijking van winkelgebieden mogelijk zonder sensoren op straat?

Ja. Een vergelijking van winkelgebieden zonder sensoren kan op twee manieren. Locatus telt handmatig op zaterdag, volgens een uniforme methodiek, en levert daarmee een vergelijkbaar beeld van een gemiddelde zaterdag. Resono gebruikt paneldata van smartphones waarvan de gebruikers toestemming geven voor locatiedeling, en meet daarmee doorlopend het hele centrumgebied. Beide methoden vragen geen installatie in de openbare ruimte. Het verschil zit in de frequentie: handmatige tellingen leveren een momentopname, paneldata een doorlopende reeks per week, maand en jaar. Voor inzicht per straat en per uur blijven sensoren, zoals die van Bureau RMC, de aangewezen methode.

Waarom tellen bewoners niet mee in een index van de binnenstad?

Bewoners tellen niet mee omdat ze het beeld van de bezoekersdrukte vertekenen. Een binnenstad met veel woningen heeft de hele dag mensen op straat die er wonen en niet komen winkelen of recreëren. Zou een index bewoners meetellen, dan lijkt zo’n centrum drukker dan een centrum met weinig woningen en evenveel bezoekers. Bovendien verandert het aantal bewoners door nieuwbouw of transformatie van winkels naar woningen, en dat zou de index laten stijgen zonder dat er één bezoeker bij komt. Door bewoners uit te sluiten, meet de index wat een benchmark moet meten: de aantrekkingskracht van het centrum op bezoekers.

Conclusie: eerst de vraag, dan de methode

Binnenstad benchmarken vraagt om één meetmethode in alle steden die worden vergeleken. Locatus, Bureau RMC en Strabo zijn sterk in vastgoeddata, straatdetail en bezoekersmotieven; een doorlopende index van hele centrumgebieden is de basis voor de vergelijking tussen steden zelf. Meer over de norm, de referentiegebieden en de opbouw staat op de pagina over binnensteden vergelijken met de Resono Index. Voor vragen over een eigen centrum of een set referentiegebieden is contact opnemen met Resono de volgende stap.

Remco Bron is medeoprichter en CEO van Resono, het databedrijf dat hij in 2015 startte samen met Ronald van Woensel. Resono is gespecialiseerd in panelgebaseerde bezoekersmeting en mobiliteitsanalyse op basis van GPS-locatiedata. Remco schrijft over de technische en praktische toepassingen van locatiedata voor gemeenten, verkeerskundigen, retailers en buitenreclame. Resono heeft de ICTrecht Privacy Verified certificering, is MOA FairData gecertificeerd en IAB TCF gecertificeerd.