De bezoekersaantallen op de Utrechtse Heuvelrug zijn na de wolfincidenten en het mijdadvies van 2025 grotendeels hersteld: in april 2026 komt het totaalbezoek binnen 4% van het niveau van april 2022. De samenstelling van het publiek is echter ingrijpend veranderd, zo blijkt uit passantenmetingen die Resono uitvoert op meerdere meetlocaties op de Utrechtse Heuvelrug en die voor het eerst de meetmethodiek van de Nationale Bezoekers Index (NBI) toepast op een natuurgebied.
- Het totaalbezoek aan de Utrechtse Heuvelrug ligt in april 2026 binnen 4% van april 2022, voor het eerst sinds de zomer van 2023 weer op het niveau van vóór de wolfperiode.
- Tijdens het mijdadvies van augustus tot oktober 2025 lag het bezoek aan het kerngebied gemiddeld bijna 38% onder dezelfde periode in 2022.
- Het aandeel bezoekers uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Haarlem zakte van 4,2% (2022) en 7,1% (2023) naar 1,6 tot 2,4% in het voorjaar van 2026.
- Landgoed Den Treek ligt in Q1 2026 al 53% boven het niveau van 2022, terwijl De Pyramide van Austerlitz en Henschotermeer 16% en 26% achterblijven.
- De verhouding lokale bezoekers tegenover Randstadbezoekers groeide van 12 op 1 (2022) naar 27 op 1 (2025).
Hoe ontwikkelden de bezoekersaantallen op de Utrechtse Heuvelrug zich tussen 2022 en 2026?
De bezoekersaantallen op de Utrechtse Heuvelrug daalden vanaf 2023 stapsgewijs en zakten in de zomer van 2025 onder het mijdadvies tot bijna 40% onder het niveau van 2022. Vanaf maart 2026, na intrekking van het mijdadvies en het afschieten van de aangewezen probleemwolf, herstelde het bezoek snel.
Op 24 april 2026 kondigde het kabinet nieuwe maatregelen aan rond probleemwolven. Wolven die mensen aanvallen mogen sneller worden afgeschoten. Staatssecretaris Erkens noemde daarbij expliciet het kindje dat vorig jaar “de struiken in werd getrokken”. Dat incident vond plaats bij De Pyramide van Austerlitz op de Utrechtse Heuvelrug, op 30 juli 2025. Hoe lang het duurt voordat bezoekers terugkeren als ze eenmaal zijn weggebleven, en welk publiek dan terugkomt, laat zich op de Utrechtse Heuvelrug nu voor het eerst kwantitatief volgen.
Het verhaal begint al in 2023
Het bezoek aan het kerngebied lag in 2023 al 16,9% lager dan in 2022. Er waren toen nog geen noodbevelen en nog geen mijdadviezen. Wel werden in dat jaar voor het eerst wolven op de Utrechtse Heuvelrug waargenomen. In de zomer van 2023 beten deze wolven voor het eerst schapen dood. Het signaal aan bezoekers was daarmee al vertrokken voordat de overheid een eerste maatregel nam.
De tijdlijn: van eerste wolfwaarneming tot het mijdadvies
Tussen juli 2024 en oktober 2025 volgden de incidenten en bestuurlijke ingrepen elkaar in hoog tempo op, met telkens een meetbaar effect op de passantenstromen.
Op 18 juli 2024 kondigde burgemeester Gerolf Bouwmeester van de gemeente Leusden een noodbevel af voor een deel van Landgoed Den Treek, nadat twee dagen eerder een vijfjarig meisje door een wolf was gebeten. Het noodbevel duurde tot 1 september 2024. In de volumecijfers vertaalde dat zich naar een beperkte daling: juli 2024 lag 17% onder juli 2022, augustus 12%. Augustus 2024 was zelfs een drukke maand op Henschotermeer, het zwemmeer dat tot het meetgebied behoort.
De grote volumeklappen vielen in 2025. In mei 2025 stond een wandelaar op Landgoed Den Treek oog in oog met een wolf en zakte het bezoek 44% onder mei 2022. Op 30 juli 2025 werd een zesjarig kind bij De Pyramide van Austerlitz door een wolf aangevallen. Twee dagen later volgde een breed mijdadvies voor het gebied tussen de A12 en A28. Van augustus tot en met oktober 2025 lag het maandbezoek gemiddeld bijna 38% onder dezelfde periode in 2022. In september was de daling 38%, in oktober zelfs 43%.
Welke economische impact had het wegblijven van bezoekers?
De omzetdaling bij ondernemers in het gebied liep tijdens het mijdadvies op tot meer dan 50%, vooral bij locaties die direct afhankelijk zijn van recreatief bezoek. Eigenaar Hugo van Kolfschoten van De Pyramide van Austerlitz meldde tegenover NOS een omzetverlies van meer dan 50% tijdens het hoogseizoen 2025, na een verlies van 30% een zomer eerder. Ook Henschotermeer, dat met toegangskaartjes werkt, zag in de eerste vier maanden van 2026 een daling van 25,8% ten opzichte van dezelfde periode in 2022. Gederfde ticketinkomsten liepen daar op nog voordat het eigenlijke zwemseizoen begon.
Andere ondernemers in de regio meldden vergelijkbare verliezen. Pannenkoekenhuis Bergzicht in Woudenberg beschreef het eigen terras in de media als “uitgesproken stil”. Het bos werd niet leeg, maar merkbaar minder gebruikt. Voor een regio waar recreatie een kernbron van werk en inkomsten vormt, raakt zo’n daling de fundamentele bedrijfsvoering. Dat maakt de passantendata uit panelmetingen niet alleen een journalistiek instrument, maar ook een directe indicator voor economische schade.
Hoe sterk herstelt het bezoek in 2026?
Het herstel zette pas door nadat zowel de aangewezen probleemwolf was geschoten als het mijdadvies werd ingetrokken, met een eerste duidelijke ommekeer in maart 2026 en een vrijwel volledig herstel in april. Op 1 december 2025 werd de wolf waarvoor een afschotvergunning was afgegeven uit de populatie gehaald. Elf dagen later trok de provincie Utrecht het mijdadvies in.
De cijfers reageerden niet meteen. Januari 2026 lag nog 41% onder januari 2022, februari 31%. In maart keerde het tij: dat maandbezoek kwam 31% boven maart 2022 uit. In april kwam het bezoek binnen 4% van april 2022. Daarmee is het totaalvolume voor het eerst sinds de zomer van 2023 weer vergelijkbaar met de situatie vóór de wolfperiode.
Bij deze herstelcijfers past een seizoensnuance. Bezoekersaantallen in natuurgebieden vertonen elk voorjaar een sterk effect zodra de eerste zonnige dagen komen. Een warme maart trekt bezoekers naar voren, een natte maart drukt dezelfde maand omlaag. Het uitzonderlijke maartcijfer van 2026 is dus niet alleen te verklaren door het intrekken van het mijdadvies, maar past in een patroon dat zich elk jaar opnieuw voordoet bij gunstige voorjaarsomstandigheden.
Verschillen tussen meetlocaties op de Utrechtse Heuvelrug
Het herstel verloopt niet gelijkmatig over de meetlocaties. Landgoed Den Treek ligt in de eerste vier maanden van 2026 ruim boven het niveau van 2022, terwijl de locaties waar de incidenten plaatsvonden of die met toegangskaartjes werken juist achterblijven.

| Meetlocatie | Bezoek Q1 2026 vs Q1 2022 | Type locatie |
|---|---|---|
| Landgoed Den Treek | +53% | Wandelgebied, locatie noodbevel 2024 |
| De Pyramide van Austerlitz | -16% | Bezienswaardigheid met horeca, plek bijtincident 2025 |
| Henschotermeer | -26% | Zwemmeer met toegangskaartjes |
| Kerngebied (totaal) | april 2026: binnen 4% van april 2022 | Aggregaat van meetlocaties |
Het verschil tussen Den Treek en de andere locaties is opvallend. Dat Landgoed Den Treek juist bovengemiddeld presteert, suggereert dat een deel van het lokale wandelpubliek na de incidenten bewust koos voor paden die het kent en waar zichtbaar bestuurlijke aandacht aan is besteed. De Pyramide en Henschotermeer trekken een ander, meer regionaal en bovenregionaal publiek, dat zich trager laat overtuigen.
Werkdagen herstellen, weekenddagen vlakken af
Achter het maandtotaal van april 2026 schuilt nog een tweede verschuiving, ditmaal in het ritme van de week. Op een gemiddelde weekenddag telde het kerngebied in april 2022 circa 6.400 bezoeken; in april 2026 was dat circa 4.200, een daling van ongeveer 34%. Op een gemiddelde werkdag is het beeld omgekeerd: van circa 2.700 bezoeken in april 2022 naar circa 3.500 in april 2026, een stijging van ongeveer 29%. Het maandtotaal komt daarmee uit op de eerder genoemde 4% onder 2022, maar het bezoekmoment is verschoven. Het herstel zit in de werkdagen, terwijl de weekendpieken zijn afgevlakt. Dat past bij het beeld dat planmatig weekendbezoek nog niet is teruggekeerd, terwijl lokale bezoekers juist vaker komen. Belangrijke kanttekening: dit cijfer is gebaseerd op één meetmaand en moet de rest van 2026 nog bevestigen. De absolute aantallen komen uit dezelfde meetset van vijf afgebakende meetgebieden als de eerder genoemde percentages, en zijn niet één-op-één vergelijkbaar met openbare bronnen die een ander meetkader hanteren.
Waarom keert het Randstadpubliek niet terug?
Het opvallendste signaal in de data zit niet in óf mensen terugkomen, maar in wíe. In 2022 maakten bezoekers uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Haarlem gemiddeld 4,2% uit van het totale bezoek aan het kerngebied. In 2023, toen de wolf vooral nieuws was en geen concrete dreiging, steeg dit aandeel zelfs naar 7,1%. Vanaf augustus 2024, de eerste maand na het noodbevel, zakte het aandeel naar ongeveer 2%. In het voorjaar van 2026, wanneer het totaalbezoek opveert, blijft het aandeel uit deze vier steden hangen tussen 1,6% en 2,4% per maand.
Het volume komt terug. De samenstelling niet.
Daar speelt een herkomstgebonden dynamiek. Voor iemand uit Leusden of Zeist is de Heuvelrug een vertrouwd stuk wandelgebied. Risico laat zich daar concreet wegen, met kennis van welke paden betrokken waren bij welke incidenten en hoe de bossen er nu bij liggen. Voor iemand uit Amsterdam is de Utrechtse Heuvelrug één van vele bestemmingen op een lijstje van dagjes weg. Komen de woorden “wolf”, “mijdadvies” en “bijtincident” eenmaal aan een gebied te kleven, dan verdwijnt het van dat lijstje. Om er weer op terug te komen, is zichtbaar nieuw signaal nodig.
De economische gevolgen zijn aanzienlijk. Bezoekers uit de Randstad combineren hun komst vaker met horeca, dagattractie en overnachting. Herkomstanalyse via een verzorgingsgebied laat zien hoe scheef die verhouding inmiddels staat. De ratio lokale tegenover Randstadbezoekers, in 2022 nog 12 op 1, was in 2025 gegroeid tot 27 op 1. Waar tot en met 2022 één op de dertien bezoekers van verder weg kwam, was dat in 2025 nog maar één op de 28.
Hoe past de NBI-methodiek op een natuurgebied?
Voor de Resono Index Module die de Nationale Bezoekers Index voedt, is dit de eerste keer dat de meetmethodiek, die de bezoekersdrukte in honderd Nederlandse centrumgebieden volgt, wordt ingezet op een natuurgebied. Het gebeurt op meerdere meetlocaties tussen Amersfoort en Zeist, waaronder Landgoed Den Treek, De Pyramide van Austerlitz, Henschotermeer, Austerlitz Bos en Noordhout. De index is gebaseerd op passanten en sluit bewoners van het gebied uit, wat een zuiver beeld oplevert van de daadwerkelijke bezoekersdrukte.
Anders dan in stadscentra zijn natuurgebieden minder strak afgebakend en kennen ze grotere seizoensschommelingen. Door dezelfde meetgebieden en indexmethode over meerdere jaren te hanteren, blijven jaar-op-jaarvergelijkingen toch betrouwbaar. De data is dagelijks beschikbaar, zonder hardware-installatie, op basis van het mobiele panel waarmee Resono recreatie- en toerismegebieden analyseert. Dat maakt de meetmethodiek bruikbaar voor andere natuurgebieden waar gebeurtenissen, calamiteiten of beleidsmaatregelen invloed hebben op bezoekersstromen.
De parallel met eerdere NBI-analyses valt op. In de analyse over carnaval 2026 bleek al dat bestuurlijke communicatie een meetbaar effect heeft op bezoekerspatronen. Wat daar gold voor drukte-beperkende oproepen, geldt nu in andere vorm voor de Utrechtse Heuvelrug. Een oproep om een gebied te mijden werkt snel en effectief. Een gebied opnieuw zichtbaar maken voor wie er niet in de buurt woont, kost zichtbaar meer tijd dan het afgeven van één afschotvergunning. Of het kabinetsbeleid van eind april 2026, met zijn nadruk op het schuw maken van wolven en sneller ingrijpen bij confrontaties, voldoende geruststelling biedt aan het publiek dat wegbleef, zal de tweede helft van 2026 moeten uitwijzen.
Voor beleidsmakers en gebiedsmarketeers is dit ook een principiële les: een herstelcijfer op totaalvolume kan een verschuiving in publiek verbergen. Wie het bezoek aan een natuurgebied alleen volgt op het bruto aantal, mist precies dat deel van de schade dat het gevoeligst is voor horeca, dagattracties en verblijfsrecreatie.
Veelgestelde vragen
Wat zegt de Nationale Bezoekers Index over de Utrechtse Heuvelrug?
De Nationale Bezoekers Index, ontwikkeld op basis van panelmetingen door Resono, laat zien dat het bezoek aan het kerngebied van de Utrechtse Heuvelrug vanaf 2023 daalde, tussen augustus 2025 en oktober 2025 bijna 38% onder het niveau van 2022 lag, en in april 2026 weer binnen 4% van april 2022 uitkomt. Dit is de eerste keer dat de NBI-methodiek wordt toegepast op een natuurgebied in plaats van een stadscentrum.
Hoe groot was het effect van het mijdadvies op het bezoek?
Het mijdadvies dat begin augustus 2025 werd ingesteld voor het gebied tussen de A12 en A28, leidde tot een gemiddelde daling van bijna 38% in augustus, september en oktober 2025 vergeleken met dezelfde maanden in 2022. In oktober 2025 was de daling het sterkst, met 43%. Na het intrekken van het mijdadvies in december 2025 duurde het tot maart 2026 voordat de volumes substantieel herstelden.
Waarom blijven bezoekers uit de Randstad weg, ook nu het mijdadvies is opgeheven?
Bezoekers uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Haarlem maakten in 2022 nog 4,2% uit van het totale bezoek. In het voorjaar van 2026 ligt dit aandeel tussen 1,6% en 2,4%. De vermoedelijke verklaring is dat de Utrechtse Heuvelrug voor dit publiek concurreert met veel andere bestemmingen. Zodra associaties met “wolf”, “mijdadvies” en “bijtincident” aan een gebied blijven kleven, vraagt herstel om actieve, zichtbare communicatie en niet alleen het intrekken van het mijdadvies.
Welke meetlocaties zijn opgenomen in de Heuvelrug-meting?
De NBI-toepassing op de Utrechtse Heuvelrug gebruikt meerdere meetgebieden tussen Amersfoort en Zeist, waaronder Landgoed Den Treek, De Pyramide van Austerlitz, Henschotermeer, Austerlitz Bos en Noordhout. Deze locaties zijn als digitale polygonen, oftewel hyperfences, ingetekend op een kaart. Daardoor kan elke locatie worden gemeten zonder dat er fysieke sensoren of telpunten geplaatst hoeven te worden.
Kan deze meetmethodiek ook voor andere natuurgebieden worden ingezet?
Ja. De passantenmetingen die de basis vormen voor de Nationale Bezoekers Index in natuurgebieden, zijn op elke locatie in Nederland inzetbaar zonder hardware. Voor gemeenten, provincies en gebiedsbeheerders is dit relevant bij calamiteiten, infrastructuurmaatregelen, of toeristische ontwikkeling. De methode levert dagelijkse data, biedt herkomstanalyse op postcodeniveau en kan worden gecombineerd met modaliteitsdata om bezoekersstromen integraal te volgen.
Wat betekent dit herstel voor recreatieondernemers in de regio?
Het herstel op totaalvolume is voor recreatieondernemers gunstig nieuws, maar de verschuiving in publiek heeft directe economische gevolgen. Bezoekers uit de Randstad geven gemiddeld meer uit aan horeca, dagattracties en overnachtingen dan dagjesmensen uit de directe omgeving. Locaties als De Pyramide van Austerlitz en Henschotermeer, die in de eerste maanden van 2026 nog 16% en 26% onder 2022 liggen, voelen dat verschil het sterkst.
Conclusie en wat dit betekent voor jouw natuurgebied
De Utrechtse Heuvelrug laat zien dat een natuurgebied zich na een ernstige verstoring volumetechnisch binnen ongeveer een jaar kan herstellen, maar dat de samenstelling van het publiek aanzienlijk langer onder druk blijft staan. Voor beleidsmakers, gebiedsmarketeers en recreatieondernemers is dat een belangrijk signaal: monitoring op alleen het bruto bezoekersaantal vertelt niet het hele verhaal, juist het deel dat economisch het zwaarst weegt.
Wil je weten hoe deze meetmethodiek voor jouw natuur- of recreatiegebied werkt, inclusief herkomstanalyse en dagelijkse bezoekersdata zonder hardware? Bekijk de Resono-oplossing voor recreatie en toerisme of neem contact op voor een vrijblijvende verkenning op basis van jouw meetlocaties.
Bron: Nationale Bezoekers Index, op basis van passantenmetingen uitgevoerd door Resono op verschillende meetgebieden op de Utrechtse Heuvelrug, periode 2022 tot en met april 2026. Voor de bredere methodische context van passantenmetingen, zie ook het overzichtsartikel Verkeersstromen analyseren: methoden en diensten vergeleken.



