De viering van carnaval blijft een van de grootste publieksevenementen van Nederland. Uit de cijfers van de Nationale Bezoekers Index (NBI) blijkt dat de bezoekersgroei tijdens carnaval 2026 uitkomt op gemiddeld +1,9% ten opzichte van 2025. Daarmee volgt een duidelijke afvlakking na de sterke groei van +14% die in de Carnavalsindex 2025 werd gemeten. De bezoekersaantallen vertonen hiermee een duidelijke lijn van afvlakking in de trend.

Na een periode van bovengemiddelde groei lijkt de ontwikkeling van bezoekersaantallen tijdens carnaval zich te stabiliseren. Het volksfeest trekt nog altijd grote aantallen bezoekers naar Nederlandse binnensteden, maar de groeidynamiek verandert zichtbaar. Het aantal weergaven van evenementen of pagina’s ligt doorgaans hoger dan het aantal unieke bezoekers, wat het verschil tussen bezoekersaantallen en engagement benadrukt.

Groei bezoekersaantallen vooral zichtbaar buiten traditionele carnavalsgebieden volgens cijfers

Weert noteert met +27% de grootste stijging in bezoekersaantallen tijdens carnaval 2026, nadat de stad in 2025 nog tot de grotere dalers behoorde. Opvallend is dat ook andere sterke groeiers buiten de traditionele carnavalsregio’s liggen. Nijmegen (+24%) en Oldenzaal (+15%) laten beide een duidelijke toename zien.

Deze ontwikkeling wijst op een bredere landelijke spreiding van bezoekersstromen. Carnaval manifesteert zich daarmee niet uitsluitend in de klassieke kerngebieden, maar ook in steden daarbuiten waar het bezoekersvolume nog steeds sterk groeit.

De spreiding van carnaval naar nieuwe steden biedt bovendien mogelijkheden voor verdere groei en het aantrekken van nieuwe doelgroepen.

Groei en krimp binnen traditionele carnavalssteden in vergelijking

Binnen de traditionele carnavalssteden ontstaat in 2026 een gemengd beeld. Een aantal grote steden blijft groeien, terwijl andere juist een duidelijke daling laat zien. De verwachting is dat de bezoekersaantallen in deze steden de komende jaren verder zullen fluctueren, afhankelijk van lokale trends en beleidsmaatregelen.

Maastricht noteert een stijging van +13%, gevolgd door ’s-Hertogenbosch +6% en Venlo +4%. Hoewel deze groeipercentages lager liggen dan in 2025, bevestigen de cijfers dat deze steden hun positie als belangrijke carnavalsbestemmingen behouden.

Tegelijkertijd laten andere traditionele carnavalssteden een daling zien. Geleen -20%, Tilburg -20% en Bergen op Zoom -22% registreren duidelijke krimp. Ook Breda noteert een afname van -19% ten opzichte van 2025. Daarmee wordt zichtbaar dat de ontwikkeling binnen de klassieke carnavalsregio’s niet uniform is, maar per stad verschilt. Het is belangrijk om bij het interpreteren van bezoekersstatistieken te realiseren dat het aantal unieke wekelijkse bezoekers soms lager uitvalt dan de optelsom van dagelijkse bezoekers, doordat veel mensen op meerdere dagen aanwezig zijn.

De afvlakking of daling in enkele kernsteden sluit aan bij bestuurlijke signalen die de afgelopen periode zichtbaar waren in de media. In berichtgeving van onder meer het Algemeen Dagblad werd aandacht besteed aan oproepen vanuit steden als ’s-Hertogenbosch om carnaval minder te laten uitgroeien tot een massaal, festivalachtig evenement, met nadruk op traditie, veiligheid en beheersbaarheid van de binnenstad.

Hoewel een direct oorzakelijk verband niet kan worden vastgesteld, suggereren de cijfers dat bezoekersontwikkeling kan samenhangen met bestuurlijke communicatie, publiekssturing en daarmee veranderend bezoekersgedrag.

Weersomstandigheden beïnvloeden bezoekersaantallen en bezoekers

Naast beleidsmatige factoren speelt ook het weer een rol bij de omvang van de bezoekersaantallen tijdens carnaval. In 2025 zorgden droge en zonnige omstandigheden voor hoge bezoekersvolumes en uitgesproken piekmomenten. In 2026 was het weer wisselvalliger, met kou en regen. Hierdoor verspreidde de drukte zich meer over verschillende momenten en waren pieken minder sterk geconcentreerd.

Het is waarschijnlijk dat weersomstandigheden ook in de toekomst een grote rol zullen blijven spelen bij de spreiding van bezoekersaantallen.

Economische impact en cijfers

De economische impact van de culturele sector in Nederland is al jaren aanzienlijk en wordt onderbouwd door betrouwbare cijfers en statistieken. Uit recente gegevens blijkt dat vorig jaar 10,4 miljoen mensen een kaartje kochten voor theaters en concertzalen, een stijging van 12 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze groei laat zien dat de sector zich langzaam herstelt van de gevolgen van de coronapandemie. Tegelijkertijd laten de cijfers voor bioscopen een lichte daling zien: het aantal bezoekers kwam uit op 28 miljoen, wat een afname van 3 procent betekent in vergelijking met het voorgaande jaar.

Ook musea en attracties blijven een stabiele factor binnen de sector. Jaarlijks ontvangen musea in Nederland ongeveer 20 miljoen bezoekers. Een groot deel van deze bezoekers maakt gebruik van de Museumkaart, die toegang biedt tot meer dan 400 musea en daarmee een belangrijke bron van inkomsten vormt voor instellingen. Deze cijfers onderstrepen het belang van museumbezoek voor de culturele sector en de bedrijfsvoering van musea.

Het publiek dat culturele evenementen en attracties bezoekt, is zeer divers. Om aan de uiteenlopende wensen en verwachtingen van bezoekers te voldoen, is het voor de sector van belang om het aanbod continu te optimaliseren. Dit vereist een grondige analyse van bezoekersstatistieken en het gedrag van gasten. Door inzicht te krijgen in het aantal bezoekers, hun voorkeuren en het succes van verschillende onderdelen van het aanbod, kunnen instellingen hun content en programmering beter afstemmen op de vraag uit de markt.

Betrouwbare cijfers zijn niet alleen van belang voor de bedrijfsvoering, maar ook voor het aanvragen van subsidies en het aantonen van het maatschappelijk belang van de sector. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) levert jaarlijks uitgebreide rapporten en gegevens over de culturele sector, waarmee instellingen hun positie kunnen onderbouwen en hun resultaten kunnen vergelijken met andere jaren of met andere instellingen.

Samenvattend blijkt uit de beschikbare data dat de culturele sector in Nederland een stevige economische positie inneemt. Door het gebruik van betrouwbare cijfers, een sterke online aanwezigheid en een breed, aantrekkelijk aanbod kan de sector inspelen op de wensen van het publiek en haar maatschappelijke en economische waarde blijven bewijzen.

Van groeiversnelling naar stabiele spreiding in de culturele sector

Carnaval 2026 markeert geen terugval van het evenement, maar een verschuiving in dynamiek. Waar 2025 werd gekenmerkt door sterke groei in bezoekersaantallen, laat 2026 een meer stabiele ontwikkeling zien met duidelijke regionale verschillen.

Voor binnenstadsmanagers, beleidsmakers en ondernemers onderstreepen deze cijfers het belang van continue monitoring van bezoekersstromen. Aanvullend onderzoek naar bezoekersgedrag en trends kan bovendien waardevolle inzichten opleveren voor beleidsmakers. Groei tijdens carnaval is geen vanzelfsprekendheid en verschuift tussen steden en regio’s. Data-inzicht en onderzoek helpen gemeenten om beleid, crowdmanagement en programmering beter af te stemmen op feitelijke bezoekersontwikkelingen.

Veel gestelde vragen over bezoekersaantallen Carnaval

1. Wat laten de bezoekersaantallen tijdens carnaval 2026 precies zien?

De bezoekersaantallen tijdens carnaval 2026 laten een gemiddelde groei van +1,9% zien ten opzichte van 2025. Daarmee is sprake van een duidelijke afvlakking na de sterke groei van +14% in 2025. De cijfers wijzen niet op een terugval van carnaval als evenement, maar op een stabilisatie van de bezoekersontwikkeling. Tegelijkertijd zijn er duidelijke regionale verschillen zichtbaar: sommige steden groeien sterk, terwijl andere steden juist een daling in bezoekersaantallen registreren.


2. Hoe worden de bezoekersaantallen verzameld?

De bezoekersaantallen worden gemeten via de Nationale Bezoekers Index (NBI) in samenwerking met Resono. De Nationale Bezoekers Index meet de bezoekersontwikkeling op vaste locaties in binnensteden die al meerdere jaren op dezelfde manier worden gemeten en geïndexeerd.

Voor carnaval wordt steeds dezelfde periode gebruikt (vrijdag tot en met dinsdag) en binnen dezelfde gebiedsafbakening het bezoek gemeten. Doordat periode en locaties gelijk blijven, ontstaat een consistente en goed vergelijkbare meting tussen steden over de jaren heen. Dit maakt het mogelijk om trends in bezoekersaantallen betrouwbaar te analyseren en onderling te vergelijken.


3. Kunnen de bezoekersaantallen afwijken van eigen gemeten cijfers?

Ja, bezoekersaantallen kunnen afwijken wanneer een andere afbakening of meetmethode wordt gebruikt.

De Nationale Bezoekers Index meet de bezoekersontwikkeling op vaste locaties in binnensteden die al meerdere jaren op dezelfde manier worden gemeten en geïndexeerd. Voor carnaval wordt steeds dezelfde periode gebruikt (vrijdag tot en met dinsdag) en binnen dezelfde gebiedsafbakening het bezoek gemeten. Doordat periode en locaties gelijk blijven, ontstaat een consistente en goed vergelijkbare meting tussen steden over de jaren heen.

Wanneer een andere afbakening of methode wordt gebruikt, kunnen de uitkomsten verschillen. Bijvoorbeeld als specifieke straten worden gemeten in plaats van het volledige centrumgebied, als een andere periode wordt gekozen of als wordt gekeken naar uniek bezoek in plaats van bezoeken. De gekozen meetwijze is daarmee bepalend voor de cijfers en de onderlinge vergelijkbaarheid van bezoekersaantallen.


4. Hoe beïnvloeden weersomstandigheden de bezoekersaantallen tijdens carnaval?

Weersomstandigheden hebben aantoonbaar invloed op bezoekersaantallen. Op het eerste gezicht lijkt slecht weer direct te leiden tot lagere drukte. In de praktijk zien we echter twee mogelijke effecten.

Bij regen en kou blijven sommige bezoekers korter of besluiten niet te komen, wat kan leiden tot lagere bezoekersaantallen. Tegelijkertijd kan bij een meerdaags evenement zoals carnaval juist meer spreiding ontstaan: bezoekers gaan tussentijds naar huis en keren later terug. Wanneer wordt gemeten op basis van bezoeken (en niet uniek bezoek), kan dit leiden tot meerdere geregistreerde bezoeken van dezelfde persoon.

Het weer beïnvloedt daarmee zowel de omvang als de spreiding van bezoekersaantallen.


5. Waarom is inzicht in bezoekersaantallen belangrijk voor gemeenten en binnenstadsmanagement?

Inzicht in bezoekersaantallen is essentieel voor beleidsvorming, crowdmanagement en economische positionering van binnensteden. Betrouwbare bezoekersdata maken zichtbaar hoe een stad zich ontwikkelt ten opzichte van andere steden en hoe evenementen bijdragen aan drukte en spreiding.

Voor binnenstadsmanagers en gemeenten bieden bezoekersaantallen handvatten om programmering, veiligheidsmaatregelen en communicatie beter af te stemmen op feitelijke ontwikkelingen. Door bezoekersaantallen structureel te monitoren ontstaat een objectieve basis voor beleid en kan gericht worden gestuurd op leefbaarheid, aantrekkelijkheid en economische impact van de binnenstad.

 

Remco Bron is medeoprichter en CEO van Resono, het databedrijf dat hij in 2014 startte samen met Ronald van Woensel. Resono is gespecialiseerd in panelgebaseerde bezoekersmeting en mobiliteitsanalyse op basis van GPS-locatiedata. Remco schrijft over de technische en praktische toepassingen van locatiedata voor gemeenten, verkeerskundigen, retailers en buitenreclame. Resono heeft de ICTrecht Privacy Verified certificering, is MOA FairData gecertificeerd en IAB TCF gecertificeerd.