De vraag of betaald parkeren bezoekers wegjaagt gaat over een kleinere groep dan het debat suggereert: in 2025 kwam landelijk 16,5 procent van de binnenstadbezoeken gemotoriseerd aan, tegenover 39,3 procent per fiets en 44,2 procent te voet. Dat blijkt uit Resono-metingen in 143 Nederlandse winkelgebieden, op basis van een panel van ruim 1 miljoen actieve apparaten. Dit artikel toont de cijfers per type binnenstad en vergelijkt twee vrijwel identieke centra met een tegengesteld parkeerregime.
- In geen van de 143 gemeten winkelgebieden kwam in 2025 meer dan 28 procent van de bezoeken gemotoriseerd aan. Het landelijke aandeel was 16,5 procent.
- Het gemotoriseerde aandeel verschilt per winkelgebied van 8 tot 28 procent, een factor 3,5. Een landelijk gemiddelde zegt daarom weinig over een individuele gemeente.
- Op zondag ligt het gemotoriseerde aandeel op 21,0 procent, tegenover 14,9 procent op zaterdag. Parkeerbeleid raakt op zondag dus een andere bezoekersmix.
- Het centrum van Emmeloord (gratis parkeren) en het centrum van Meppel (betaald parkeren) ontvangen per hectare winkelgebied vrijwel evenveel bezoek. Het betaalde Meppel trekt relatief zelfs meer bezoek van buiten de eigen gemeente.
- Het effect van een tariefwijziging is alleen lokaal vast te stellen, met een voor- en nameting van bezoekersaantallen, herkomst, modaliteit en verblijftijd in de eigen binnenstad.
Jaagt betaald parkeren bezoekers weg?
Betaald parkeren kan alleen bezoekers wegjagen die met de auto komen, en dat is in elke gemeten Nederlandse binnenstad een minderheid. Uit de Resono-meting over 2025 in 143 winkelgebieden komt landelijk 16,5 procent van de bezoeken gemotoriseerd aan, inclusief openbaar vervoer. Ruim acht op de tien binnenstadbezoeken gebeuren per fiets of te voet. Het winkelgebied met het hoogste gemotoriseerde aandeel van alle 143 gebieden komt niet boven de 28 procent uit.
Dat betekent niet dat parkeertarieven geen effect hebben. De bezoekers die wel met de auto komen, kunnen anders gaan reizen, korter blijven of een ander winkelgebied kiezen. Het betekent wel dat de blootstelling aan parkeerbeleid per gemeente sterk verschilt en vaak kleiner is dan in het lokale debat wordt aangenomen. Wie het gesprek over het effect van parkeerbeleid zuiver wil voeren, begint daarom bij de vraag hoe groot de gemotoriseerde groep in de eigen binnenstad werkelijk is.
Hoe komen bezoekers naar de binnenstad?
Bezoekers komen vooral te voet en per fiets naar Nederlandse binnensteden, en dat patroon geldt voor elk formaat centrum. De onderstaande tabel toont de modal split binnenstad per omvangsklasse, gemeten over heel 2025. Resono bepaalt de modaliteit op basis van de gemiddelde aankomstsnelheid in de tien minuten voordat een bezoeker het winkelgebied binnenkomt. Openbaar vervoer valt binnen de gemotoriseerde categorie en is niet apart te onderscheiden.
| Type winkelgebied (jaarbezoek) | Aantal gebieden | Gemotoriseerd | Fiets | Lopen | Bezoek van buiten eigen gemeente |
|---|---|---|---|---|---|
| Klein centrum (minder dan 6 miljoen) | 41 | 16,0% | 36,6% | 47,5% | 31,9% |
| Middelgroot centrum (6 tot 12 miljoen) | 67 | 16,0% | 38,0% | 46,0% | 32,3% |
| Grote winkelstad (12 tot 25 miljoen) | 26 | 16,6% | 41,0% | 42,4% | 36,1% |
| Zeer grote binnenstad (meer dan 25 miljoen) | 9 | 18,9% | 42,2% | 38,9% | 45,6% |
Hoe groter de binnenstad, hoe verder bezoekers reizen en hoe hoger het gemotoriseerde aandeel. De negen grootste binnensteden halen 45,6 procent van hun bezoek van buiten de eigen gemeente, tegenover circa 32 procent in kleine en middelgrote centra. Alle percentages gelden per afgebakend winkelgebied over kalenderjaar 2025. Precies de combinatie van herkomst en modaliteit bepaalt hoe gevoelig een binnenstad is voor parkeerbeleid: een centrum met veel regionaal autobezoek reageert anders op een tariefwijziging dan een centrum dat vooral op eigen inwoners draait.
Gratis versus betaald parkeren: Emmeloord en Meppel vergeleken
Twee vrijwel identieke winkelgebieden met een tegengesteld parkeerregime ontvangen per hectare vrijwel evenveel bezoek. Het centrum van Emmeloord kent volledig gratis parkeren, in het centrum van Meppel geldt betaald parkeren met een straattarief van 2,05 euro per uur in 2025. De gemeten winkelgebieden zijn 13,5 en 12,7 hectare groot en noteerden in 2025 respectievelijk 702.000 en 700.000 bezoeken per hectare. Beide meetgebieden omvatten het winkelhart zelf; de grote parkeerterreinen en het station liggen buiten de meting.
| Indicator 2025 | Centrum Emmeloord (gratis parkeren) | Centrum Meppel (betaald parkeren) |
|---|---|---|
| Jaarbezoeken | 9,5 miljoen | 8,9 miljoen |
| Bezoeken per hectare winkelgebied | 702.000 | 700.000 |
| Gemotoriseerd aandeel | 23,2% | 18,2% |
| Fiets / lopen | 38,7% / 38,1% | 41,2% / 40,6% |
| Bezoek korter dan 30 minuten | 41,0% | 35,7% |
| Bezoek van buiten eigen gemeente | 27,4% | 39,2% |
Het gemotoriseerde aandeel ligt in het gratis Emmeloord 5 procentpunt hoger, wat aansluit bij de verwachting. De herkomstcijfers vertellen een ander verhaal. Gratis parkeren garandeert geen regionaal bezoek: het betaalde Meppel trok in 2025 relatief meer bezoekers van buiten de eigen gemeente dan het gratis Emmeloord. Een aannemelijke verklaring is het intercitystation van Meppel op korte loopafstand van het centrum, terwijl Emmeloord geen treinstation heeft. Treinreizigers leggen het laatste stuk lopend af en tellen in deze meting grotendeels mee als voetganger.
Deze vergelijking van twee centra bewijst geen causaal effect van parkeerbeleid. Verzorgingsgebied, winkelaanbod en bereikbaarheid verschillen per plaats en werken allemaal door in de cijfers. De vergelijking laat wel zien dat de gangbare aannames in het parkeerdebat, zoals de stelling dat gratis parkeren vanzelf bezoekers uit de regio trekt, niet vanzelfsprekend kloppen. Dat maakt lokaal meten belangrijker dan landelijk redeneren.
Waarom landelijke cijfers niet volstaan voor uw parkeerbeleid
Het gemotoriseerde aandeel verschilt per winkelgebied van 8 tot 28 procent, en daarom is een landelijk gemiddelde onbruikbaar als onderbouwing van lokaal parkeerbeleid. Tussen het laagste en hoogste gemeten winkelgebied zit een factor 3,5. Een tariefverhoging raakt in het ene centrum minder dan een op de twaalf bezoeken en in het andere ruim een op de vier. Dezelfde maatregel kan dus lokaal een totaal verschillende impact hebben.
Ook binnen een week verschuift de bezoekersmix. Op werkdagen komt 16,2 procent van de bezoeken gemotoriseerd aan, op zaterdag 14,9 procent en op zondag 21,0 procent. Wie zondagtarieven invoert of verhoogt, raakt dus een publiek dat relatief vaker met de auto komt dan het zaterdagpubliek. Dit soort patronen wordt pas zichtbaar wanneer de bezoekersaantallen van centrumgebieden doorlopend worden gemeten in plaats van op enkele teldagen per jaar.
Wat zegt verblijftijd over het effect van parkeertarieven?
Verblijftijd is de vergeten indicator in het parkeerdebat: een tariefwijziging kan het aantal bezoekers gelijk laten en toch de verblijfsduur veranderen. Wie per minuut of per uur betaalt, heeft een prikkel om korter te blijven. Dat effect zie je niet terug in bezoekersaantallen, wel in de verdeling van verblijftijden. In kleine centra duurt 36,8 procent van de bezoeken korter dan 30 minuten, in de grootste binnensteden is dat 27,4 procent. Het aandeel bezoeken tussen 30 minuten en 4 uur, de bandbreedte die typisch bij winkelen en horecabezoek past, loopt op van 43,3 procent in kleine centra tot circa 48 procent in grote winkelsteden.
Voor de duiding is de definitie van belang. De verblijftijd wordt per uniek bezoek per dag gemeten binnen het afgebakende winkelgebied. Bezoeken langer dan 4 uur bevatten mede werkenden en bewoners binnen het gebied en zijn daarom minder geschikt als indicator voor winkelbezoek. Een gemeente die het effect van parkeertarieven op de verblijftijd winkelgebied wil volgen, kijkt dus vooral naar verschuivingen binnen de band van 30 minuten tot 4 uur, voor en na de tariefwijziging.
Hoe meet u het effect van een tariefwijziging in uw binnenstad?
Het effect van een tariefwijziging meet u door vier indicatoren voor en na de wijziging met dezelfde methode te vergelijken: bezoekersaantallen, herkomst, modaliteit en verblijftijd. Bezoekersaantallen tonen of het totale bezoek verandert. Herkomst toont of het verzorgingsgebied krimpt of verschuift. Modaliteit toont of bezoekers van de auto overstappen op fiets, lopen of openbaar vervoer. Verblijftijd toont of bezoekers korter blijven. Pas de combinatie van deze vier maakt het verschil zichtbaar tussen bezoekers die wegblijven, bezoekers die anders reizen en bezoekers die alleen hun gedrag aanpassen.
Een gelabeld rekenvoorbeeld, fictief maar gebaseerd op realistische verhoudingen: een middelgrote gemeente verhoogt het uurtarief van 2,00 naar 3,00 euro. Een jaar later is het totale bezoek stabiel, maar het gemotoriseerde aandeel daalde van 18 naar 15 procent, het fietsaandeel steeg met 2 procentpunt en het aandeel korte bezoeken onder 30 minuten nam licht toe. Herkomstdata toont dat bezoek uit buurgemeenten op peil bleef. De conclusie luidt dan dat de maatregel vooral een verschuiving in vervoerwijze veroorzaakte en geen bezoekersverlies. Zonder de combinatie van indicatoren was alleen het stabiele bezoekersaantal zichtbaar geweest en was de gedragsverandering gemist.
Resono levert deze vier indicatoren uit één panelmeting, zonder hardware in de openbare ruimte, met dagelijkse data en historische gegevens waarmee een nulmeting achteraf te reconstrueren is. De druktebeeld-data ondersteunt meer dan 50 gemeenten en provincies bij centrumbeleid, en Resono Mobiliteit voegt daar verplaatsingsstromen en herkomst-bestemmingsrelaties aan toe. Dezelfde aanpak wordt toegepast bij de effectmeting van een verkeersknip, waar naast het maatregelgebied ook de omliggende straten worden gevolgd om verschuivingseffecten zichtbaar te maken.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bezoekers komen met de auto naar de binnenstad?
Landelijk kwam in 2025 gemiddeld 16,5 procent van de binnenstadbezoeken gemotoriseerd aan, inclusief openbaar vervoer. Dat blijkt uit Resono-metingen in 143 Nederlandse winkelgebieden. Het aandeel verschilt sterk per plaats: het laagste gemeten winkelgebied zit op 8 procent, het hoogste op 28 procent. Fietsers en voetgangers vormen samen ruim 80 procent van alle binnenstadbezoeken. Hoe groot het gemotoriseerde aandeel in een specifieke binnenstad is, is alleen met een lokale meting vast te stellen.
Trekt gratis parkeren meer bezoekers dan betaald parkeren?
Niet vanzelfsprekend. Een vergelijking van twee vrijwel even grote winkelgebieden in 2025 laat zien dat het centrum van Emmeloord, met volledig gratis parkeren, per hectare vrijwel evenveel bezoeken ontving als het centrum van Meppel, waar betaald parkeren geldt. Het betaalde Meppel trok relatief zelfs meer bezoek van buiten de eigen gemeente. Zo’n vergelijking bewijst geen causaal verband, maar toont wel dat gratis parkeren winkelgebied-bezoek niet automatisch verhoogt.
Is er verschil tussen zaterdag en zondag in hoe bezoekers komen?
Ja. Op zaterdag komt landelijk 14,9 procent van de binnenstadbezoeken gemotoriseerd aan, op zondag 21,0 procent. Het zondagpubliek komt dus relatief vaker met de auto dan het zaterdagpubliek, terwijl doordeweeks 16,2 procent geldt. Voor parkeerbeleid betekent dit dat een maatregel die specifiek op zondag ingaat, zoals betaald parkeren op koopzondagen, een andere bezoekersmix raakt dan dezelfde maatregel op zaterdag.
Hoe meet Resono de modaliteit van binnenstadbezoekers?
Resono bepaalt de modal split binnenstad op basis van de gemiddelde snelheid in de tien minuten voordat een bezoeker het winkelgebied binnenkomt. Snelheden tot 5,5 kilometer per uur gelden als lopend, tussen 5,5 en 24 kilometer per uur als fietsend en daarboven als gemotoriseerd. Openbaar vervoer valt binnen de gemotoriseerde categorie. Bezoekers die na het parkeren of vanaf een station het laatste stuk lopen, kunnen als voetganger geteld worden. De cijfers zijn daarom een indicatie van de aankomstwijze, geen exacte autotelling.
Wat is het effect van parkeertarieven op de verblijftijd?
Dat verschilt per binnenstad en is alleen lokaal vast te stellen met een voor- en nameting. Landelijk duurt ongeveer een derde van de binnenstadbezoeken korter dan 30 minuten en valt 43 tot 48 procent in de band van 30 minuten tot 4 uur, de duur die typisch bij winkelen en horeca past. Een tariefwijziging kan bezoekersaantallen gelijk laten en toch de verblijfsduur verkorten. Daarom hoort verblijftijd naast aantallen, herkomst en modaliteit in elke effectmeting van parkeerbeleid.
Meten in plaats van aannemen
Het debat over betaald parkeren gaat over een gemotoriseerde minderheid waarvan de omvang per binnenstad een factor 3,5 verschilt. Landelijke cijfers en voorbeelden uit andere gemeenten geven richting, maar het werkelijke effect van een tariefwijziging blijkt alleen uit een lokale voor- en nameting van bezoekersaantallen, herkomst, modaliteit en verblijftijd. Wilt u weten hoe uw binnenstad ervoor staat voordat het parkeerbesluit valt? Vraag een demo aan en bekijk de cijfers van uw eigen centrum in het Resono Benchmark platform.



